HbH TinaTamara Facebook C 002clean

                                   Meer info

Logo Coord Blokkade kl

                                    Meer Info

Affiche C50

TTIP CETA

Meer info

flyer voorkant

Meer info

Delen van artikels

Op zondag 6 mei modereerde Eric Goeman het vierde ontbijtgesprek voor de Grijze Geuzen Eeklo in De Bakkerei in Eeklo. Met meester Jos Vander Velpen. Het werd een meer dan boeiend en sociaal en politiek belangrijk gesprek met een toegewijd strijder tegen sociaal onrecht.


Jos Vander Velpen is doctor in de rechten en advocaat aan de balie in Antwerpen. Als advocaat is hij gespecialiseerd in grond – en mensenrechten.
Op zijn website staat te lezen: "Wij komen op voor een toegankelijke , doorzichtige en onafhankelijke justitie. Wij vinden dat de advocatuur ook een sociale kant heeft: betrokkenheid bij de samenleving, oog voor de noden van de burger, respect voor grond- en mensenrechten." Dit staat niet op de website van alle advocaten in dit land.

 

Eric Goeman: Beste Jos, waarom is de sociale kant van de advocatuur zo belangrijk?


JOS VANDER VELPEN: 'Ik heb een voorkeur voor de zwakkere. We leven in een land waar de rechtsongelijkheid zeer groot is. Elke dag moeten kleine garnalen behoorlijke straffen incasseren. Voor enkele tientallen grammen drugs kun je, als je een strafblad hebt, gemakkelijk twee jaar krijgen.' Als advocaat zie je de verliezers van deze samenleving passeren: mensen die er een puinhoop van gemaakt hebben. Vaak moeten die het doen met een pro-deoadvocaat, die niet altijd veel zin heeft om hun dossier uit te spitten. Waardoor ze minder fatsoenlijk verdedigd worden. Ik wil geen steen werpen naar mijn collega's. En ik heb er ook niets op tegen dat mensen met meer middelen zich wel goed kunnen verdedigen. Ik heb er wél een probleem mee dat mensen met minder middelen dat niet kunnen.'

 

Eric Goeman: "In de gevangenissen zie je de rechtsongelijkheid – sommigen noemen het klassenjustitie – in de realiteit?

 

JOS VANDER VELPEN: 'Veel witte boorden kom je niet tegen in de gevangenis. En als je ze tegenkomt, zitten ze daar meestal voor korte duur. Die ongelijkheid is onrechtvaardig. Als we het puur bekijken op het niveau van strafrecht, heb ik het gevoel dat de ongelijkheid zelfs toeneemt. Politici die klagen wanneer een drugshandelaar vrijkomt door procedurefouten, staan te juichen als een fraudezaak een beetje geld oplevert. Ik vind dat een subversieve daad'

 

Eric Goeman: Ons land heeft reeds verschillende veroordelingen gekregen vanuit de EU voor de staat van onze gevangenissen zelf?

 

JOS VANDER VELPEN: "Veel van onze gevangenissen zijn honderd jaar oud, maar het is zeker niet beter in de nieuwe gevangenissen. Waarom stoppen we zoveel mensen in de gevangenis dat is de vraag die we ons eerst moeten blijven stellen. Deels om de mensen buiten de gevangenis een veiliger gevoel te bieden, maar ook deels uit wraak. Meer wraak dan rechtvaardigheid. Dat verklaart ook waarom er geen echt beleid is en zeker geen reïntegratiebeleid. Onze gevangenissen zijn de beste kweekvijvers voor criminaliteit waardoor kleine crimineeltjes grotere criminelen worden. Maar ik ben advocaat zowel van geïnterneerden als gedetineerden".

 

Eric Goeman: Wat is het verschil in beleid tussen geïnterneerden en gedetineerden?

 

JOS VANDER VELPEN: "De behandeling van onze geïnterneerden was schrijnend en mensonterend. Het grote publiek heeft dit vooral kunnen volgen via de gebeurtenissen rond mijn cliënt Frank Van der Bleeken. Hij kreeg geen enkele behandeling voor zijn psychische problemen, hij wou nooit meer vrijkomen omdat hij geen misdaden meer wil plegen waarover hij zeer veel spijt heeft, maar omdat zijn leven uitzichtloos was verkoos hij euthanasie. Liever dood te gaan dan zo te moeten blijven leven. Het is een zaak waar ik zelf door gekweld word. Het eerste waar ik voor strijd, is het recht op waardig leven. Het is tegen mijn natuur om te moeten opkomen voor een recht op waardig sterven. Nu wil ik wel zeggen dat sindsdien, en dat is te danken aan Minister Geens, het beleid naar geïnterneerden verbeterd is. Het is zeker nog niet goed, maar er is een grote vooruitgang. Zeker met het psychiatrische centrum in Gent, ik had liever het beheer ("privaat" E.G.) anders gezien, maar de situatie van geInterneerden is verbeterd. Zo ook het leven van Frank Van der Bleeken in het nieuw psychiatrisch centrum in Bierbeek. Hij wil nu niet meer dood, voor het eerst in al die jaren voelt hij zich als mens behandeld"

 

Eric Goeman: En hoe zit het intussen met de gedetineerden?

 

JOS VANDER VELPEN: "De situatie van onze gedetineerden is nog steeds mensonwaardig. Onze gevangenissen zijn gewoon vergeetputten. En al die mensen die beweren dat onze gevangenen een prinsenleven kennen en dat gevangenissen paradijzen zijn, nodig ik echt uit eens een weekje een gevangenisregime in ons land te ondergaan. Ze zullen er dan echt wel anders over oordelen. Ik zie het alle weken, het is bijna Middeleeuws."

 

Eric Goeman: Mensen ergeren zich reeds jaren aan justitie, zeker sinds de Zaak Dutroux is justitie voor alles de kop van jut?

 

JOS VANDER VELPEN: 'Natuurlijk moeten we zeer kritisch zijn voor justitie zoals we voor alle instituten kritisch moeten zijn. Maar, ik heb in het boek "Van rijkswacht tot eenheidspolitie" dat ik naar aanleiding van de zaak-Dutroux heb geschreven, al gesignaleerd dat de regeringen een grote voorliefde hebben om de politie te bevoorrechten en justitie stiefmoederlijk te behandelen. Terwijl het omgekeerde zou moeten gebeuren, want de politie moet werken in opdracht van justitie. Maar sinds de affaire-Dutroux hebben de regeringen – allemaal, zonder één uitzondering - ingezet op een aanzienlijke versterking van de politie, vooral van de federale politie en van het openbaar ministerie, vooral het federaal parket. Heel veel energie en middelen hebben ze daarnaartoe laten gaan, terwijl ze justitie lieten verkommeren. Met als gevolg dat we nu overal de brokstukken te zien krijgen: er is een onderbemanning op gebied van magistraten en vooral van griffiers. En die laatsten spelen in ons recht een belangrijkere rol dan men vaak aanneemt: zij schrijven de vonnissen uit, zij beheren de dossiers, zij organiseren voor een groot deel de zittingen, zij zouden een opwaardering moeten krijgen ...


Het gevolg van al die dingen is dat veel zaken, die dikwijls voor de burger van groot belang zijn, veel te lang aanslepen, dat de gerechtsgebouwen op uitzondering van een paar prestigeprojecten zoals het Antwerpse Vlinderpaleis, vervallen zijn, dat de magistraten over te weinig of over compleet verouderde computers beschikken enzomeer. Kortom, de werkomstandigheden zijn al jaren niet wat ze in een moderne rechtsstaat moeten zijn. Wat mensen te weinig beseffen is dat dit een bedreiging is voor onze rechtsstaat omdat daardoor te veel macht verschuift naar de uitvoerende (politieke) macht en de onafhankelijkheid van justitie steeds moeilijker standhoudt.'

 

Eric Goeman: "U zei ooit dat de veroordeling van het Vlaams Blok voor racisme een van de belangrijkste dagen uit uw loopbaan was en u kreeg er als voorzitter van de Liga samen met Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding de Prijs voor de Democratie voor. Terecht?"

 

Jos Vander Velpen: "Mijn standpunt is nooit gewijzigd. Het is dat er een ondubbelzinnige scheiding moet zijn tussen aanzetten tot haat, wat strafbaar is en strafbaar moet blijven, en vrijheid van meningsuiting die garandeert dat een publiek debat waarin scherpe woorden kunnen vallen mogelijk is. Wel is het zo dat sinds veroordeling van de drie vzw's van het Vlaams Blok (in 2004) we een schitterend arrest hebben van het Gentse Hof van Beroep waarin die scheiding op de meest duidelijke manier wordt omschreven. Wij leven in een democratische rechtstaat, en in zo'n systeem is nu eenmaal de regel dat de politieke wereld een wet maakt en de rechterlijke macht die onafhankelijk toepast en interpreteert. Ik wil er op wijzen dat de antiracismewet het product is van serieuze discussie in het parlement, en dat de verschillende democratische partijen bijna eensgezind tot een akkoord zijn gekomen. Ik vind het vanzelfsprekend dat in een rechtsstaat de wetten die worden gemaakt ook worden toegepast. Het is onaanvaardbaar dat men wetten stemt om als alibi te dienen. Het getuigt daarenboven van grote (rechts)ongelijkheid dat in het verleden een kleine café-uitbater bijvoorbeeld wel werd gestraft omdat hij de toegang verbood aan een aantal migranten, maar artikel 3 quasi niet werd toegepast. Laten we duidelijk zijn, het is alsof vandaag de nieuwe progressieven dat allemaal vergeten zijn: het 70 punten programma was op dat ogenblik in Europa het meest racistische programma voor collectieve uitdrijving, hetgeen het Franse Front National of de Oostenrijkse FPÖ nooit hebben aangedurfd."

 

Eric Goeman: U blijft trots op het arrest van het Gentse Hof van Beroep?

 

JOS VANDER VELPEN: "Het verheugt me inderdaad nog steeds dat de rechters een behoorlijke intellectuele prestatie hebben verricht. Zij zijn meer dan de mond van de wet. Het Hof heeft een inspanning geleverd om de toepassing van deze delicate wet degelijk te beargumenteren en te motiveren in een arrest van meer dan 100 pagina's. Als ik er de rechtspraak in het Franstalige landsgedeelte of in Nederland op na pluis, stel ik vast dat geen enkele van die uitspraken maar in de buurt komt van dit arrest als het gaat om een zorgvuldige toepassing van de wet en de internationale verdragen."

 

Eric Goeman: "De tegenstanders wijzen steeds op het recht op vrijheid van meningsuiting?"

 

JOS VANDER VELPEN: "Persoonlijk vind ik dat de rechters een goede inspanning hebben gedaan om een evenwicht te vinden tussen de bestrijding van racisme en de vrijheid van meningsuiting. Elke politieke partij – ook het Vlaams Blok en het Vlaams Belang – mag vrij en vrank zijn politieke mening verkondigen. Het gaat niet om een partijverbod. Ik ben trouwens tegen een Duits systeem waarin de grondwet voorziet in een partijverbod. Indien het Vlaams Blok morgen haar racistisch discours verlaat, is er geen probleem. Ook ik spring heel zuinig om met antidiscriminatiewetgeving. Voor mij staat de vrijheid van meningsuiting voorop. Ik hou niet van een maatschappij waarin geen andere, zelfs duidelijk afwijkende, meningen mogen worden geformuleerd. Ik ben tegen het eenheidsdenken. Maar er zijn natuurlijk grenzen. De antiracismewet is van een zeer groot maatschappelijk belang. Deze wet heeft immers direct betrekking op bescherming van anderen. Dat betekent niet dat elke racistische uitspraak strafbaar moet zijn. Men mag bijvoorbeeld geen citaat uit het arrest lichten en zeggen dat het strafbaar is op zich. Het gaat om bewijsstukken die de aard van de politieke vereniging aantonen in de zin van artikel 3 van de wet. Het verkondigen van een mening in de algemene zin mag, enkel het aanzetten tot haat is strafbaar. Het raakt me dan ook diep, echt diep, als ik vandaag allerlei progressieven en filosofen hoor beweren dat het allemaal niet geholpen heeft, want dat het Vlaams Blok direct Vlaams Belang geworden is. Inderdaad, maar nooit meer met een 70 punten programma, ze kunnen vandaag niet meer de haat spuien in een uitgewerkt programma voor collectieve uitzetting van alle migranten."

 

Eric Goeman: Een eenzame periode in uw loopbaan?

 

JOS VANDER VELPEN: "Advocatuur is veelal eenzaam werk. Maar hier kreeg ik nauwelijks of geen ondersteuning. Dat rechts dit niet ondersteunde is verklaarbaar, maar dat ook progressieven - en ook bijna alle politici - ons in die strijd in de steek lieten maakte het dubbel moeilijk. En ik zeg "bijna alle politici" want er was er slechts één die me achteraf feliciteerde ook omdat hij de draagwijdte van het arrest ten volle begreep. Het is een politicus die zeker niet behoort tot mijn favoriete politieke familie, maar hier wil ik alle eer geven aan Karel De Gucht."

 

Eric Goeman: U zei bij uw afscheid als voorzitter van de Liga voor Mensenrechten nogal somber: 'We geven grondrechten op in ruil voor een beetje schijnveiligheid'?

 

JOS VANDER VELPEN: 'Burgers beseffen niet wat voor een karrenvracht wetten en regels de voorbije jaren gepasseerd is die onze vrijheden bedreigt. Neem nu de uitbreiding van de wet op de bijzondere opsporings- en onderzoeksmethoden (BOM). Politieagenten mogen voortaan in een computersysteem infiltreren en inbreuken plegen. Het parket mag de inhoud van een smartphone van een demonstrant in beslag nemen. Die methoden kunnen een inbreuk zijn op de bescherming van de privacy van burgers. België voert de strijd tegen terreur niet binnen de krijtlijnen van de mensenrechten en dat maakt me bang. Ik ben somber over de mensenrechten anno 2018. Pas als we onze vrijheden kwijt zijn, zullen we het beseffen.'


Met dank aan Marc De Coninck, Waarschoot (binnenkort Lievegem), voor de foto's.

 

D9EC3A3641E94943B6E00505221073F8