Delen van artikels

Op 5 augustus 2012 ging de jaarlijkse herdenking door van de moord, gijzeling en deportatie van 95 inwoners van Meensel-Kiezegem op 1 en 11 augustus 1944. 63 lieten het leven in deze represailleactie van de Duitsers en hun Vlaamse medestanders met ondermeer het  'Sicherheitskorps' o.l.v. Verbelen, enkele weken voor de bevrijding van Brussel op 4 september 1944.
 
De minieme belangstelling van de media is eigenaardig. Bij de herdenking van de slachtingen van Oradour in Frankrijk en Lidice in Tsjechië wordt de voorpagina gehaald. Daar waren het Duitsers die de drama's hebben veroorzaakt. In Meensel-Kiezegem waren de beulen landgenoten. Kan daarin de reden schuilen?” vraagt Octaaf Duerinck zich af bij de jaarlijkse mediastilte over de deportatie van 95 gijzelaars uit het Oost-Brabantse Meensel-Kiezegem in augustus 1944. Hij is de auteur van het boek 'Getuigenissen' dat dit drama behandelt.
 
Simon Gronowski, een overlevende van de het XXste konvooi hield een opmerkelijke en actuele toespraak die we hieronder integraal overnemen. Voor een verslag en situering van de herdenking op 5 augustus 2012, waarop ook monseigneur aanwezig was voor de kerkelijke en burgerlijke plechtigheid, zie het verslag met enkele foto’s langs volgende link: Meensel-Kiezegem op De Wereld Morgen.
 
Voor het verhaal en getuigenissen van overlevenden uit Meensel-Kiezegem, zie de brochure van Octaaf Duerickx en een recent verschenen boek, te bestellen langs de site www.meensel-kiezegem44.be. Enkele in de brochure opgenomen getuigenissen kunnen nagelezen worden op  www.getuigen.be/Getuigenis/3den/Duerinckx-Oktaaf/ en ook een getuigenis van Simon Gronowski, z’n moeder en zuster op http://www.getuigen.be/Getuigenis/Gronowski-Simon/.
 
Met vriendelijke groeten,

Jan Hertogen
0487 335 552
www.getuigen.be
_____________________________


Toespraak van Simon Gronowski

"Monseigneur, Mevrouw de Burgemeester, Mijnheer de vertegenwoordiger van de minister van Landsverdediging, Mijnheer de voorzitter van de Politieke Gevangenen en Rechthebbenden, Dames en Heren,

Ik ben verheugd hier te zijn uitgenodigd door de heer Vital Craeninckx op de jaarlijkse herdenking van het martelarendorpje Meensel-Kiezegem. Het is voor mij een grote eer. Ik versta uw lijden hier. U verstaat het mijne want we zijn van dezelfde vijanden, van dezelfde misdadigers, de nazi's, slachtoffers geweest. De barbaren hebben in 1943 mijn moeder en mijn zuster vermoord in de gaskamer van Auschwitz-Birkenau. Mijn vader is in juli 1945, ziek en ongelukkig, wanhopig gestorven en ik overleefde en bleef alleen achter.

Ik zelf was 11 jaar oud toen ik op 17 maart 1943 door de Gestapo opgepakt werd, in de kelder van de Gestapozetel op de Louizalaan in Brussel werd geworpen, en daarna één maand opgesloten in een grote gevangenis, de Dossin - Kazerne te Mechelen. Op 19 april 1943 werd ik in een beestenwagon van het 20ste Konvooi gestoken. Ik begreep er niets van. Ik leefde nog in mijn wereld van padvinders. Ik wist niet dat ik ter dood veroordeeld was en vervoerd werd naar de plaats van mijn executie. Als bij mirakel ben ik van de trein gesprongen en kon ik vluchten.

En waarom dat alles? Slechts omdat mijn ouders als jood geboren zijn.

Gedurende 60 jaar heb ik heel weinig over deze feiten gesproken: als ik altijd over deze tragische gebeurtenissen gesproken zou hebben, zou ik een depressie gekregen hebben:

- Ik voelde me schuldig: waarom zijn zij dood en leef ik ?
- Ik was jong en met mijn vriendjes, waren er aangenamer gesprekken.
- Ik wilde enkel leven voor het heden en de toekomst, voor de vreugde en de vriendschap, en een leven leiden waarop mijn ouders trots zouden zijn geweest.

Vandaag spreek ik omwille van verschillende redenen.

1. Sommigen, negationisten, beweren dat dit alles niet waar is, dat dit alles niet bestaan heeft, geen gaskamers, geen verbrandingsovens, geen massamoorden. Ik zou wensen dat ze gelijk zouden hebben want in dat geval zou ik mijn familie hebben kunnen bewaren. Deze mensen zijn gevaarlijk. Zij betwisten de misdaden van gisteren om er morgen andere te begaan. Getuigen is mijn plicht. Degene die een getuige hoort wordt zelf een getuige.

2. Ik wil de helden die mij gered hebben bedanken:

- de drie jongeren die de trein hebben doen stoppen te Boortmeerbeek, een wagon geopend (niet de mijne) en 17 mensen bevrijd en gered hebben; van al de transporten die met weggevoerden door Europa zijn gereden, werd alleen het 20ste konvooi aangevallen door de weerstand; dit feit is uniek;
-
de rijkswachter Jan Aerts te Borgloon (Limburg), die tijdens mijn vlucht mijn leven heeft gered door het zijne te wagen. Als de nazi's hadden geweten dat een Belgische rijkswachter een gevlucht joods kind had beschermd, was hij neergeschoten; hij is een held;
-
de Belgische families die mij hebben opgevangen, verborgen gedurende 17 maanden tot de bevrijding van Brussel op 3 september 1944, verzorgd hebben als hun eigen kind en mij zo gered hebben. Zonder deze mensen zou ik vandaag niet vader en grootvader zijn;
- maar
de eerste heldin was mijn moeder; ze heeft haar zoontje op de trede van de wagon geplaatst, opstap van de vrijheid en van het leven en ze heeft haar reis voortgezet tot bij haar de dood in de gaskamer van Auschwitz-Birkenau;
- en
de duizenden Belgen, instellingen, kloosters, dikwijls heel eenvoudige burgers, die hulp hebben gegeven aan zij die vervolgd werden, en gered, namelijk 4 tot 5000 joodse kinderen, alleen luisterend naar hun hart.

3. Ik moet recht doen aan de slachtoffers van de wreedheid. Miljoenen Joden vermoord, waarvan zoveel kinderen. Maar er zijn andere slachtoffers van  Hitler: zigeuners, gehandicapten,  homoseksuelen, vrijmetselaars, Jehovagetuigen, socialisten, christelijke weerstanders, democraten, enz... Joden hebben het monopolie van het lijden niet. Er zijn andere genocides geweest in het verleden, zoals deze van de Armeniërs in 1915, deze van Rwanda in 1994. Ik spreek namens al de slachtoffers van al de wreedheden.        
 
4. Ik spreek vooral voor de jongeren van vandaag. Ze moeten de wreedheid uit het verleden kennen om de democratie van vandaag te verdedigen. De democratie is een strijd van elke dag. Kinderen van mijn land, behoud België en Vlaanderen zoals ze zijn: vrij, vredevol, democratisch, tolerant, waardig, gehecht aan de rechten van de mens.... opdat jullie, jullie kinderen en kleinkinderen op een dag niet bij ongeluk de barbarij zouden kennen zoals ik die gekend heb!

Dit is een boodschap, niet van verdriet, maar van hoop en geluk. Ja, het leven is mooi, maar het is ook een strijd. Vandaag is niet een dag van rouw, maar een dag van streven naar een betere wereld, van vrijheid en broederschap, in herinnering met de onschuldige slachtoffers van Meensel-Kiezegem.

Ik heb mijn familie verloren door de misdadige haat maar ik heb geen haat. Ondanks de tragische gebeurtenissen van gisteren en deze van vandaag - want er zijn in de wereld van vandaag nog mensen en volkeren die lijden -  bewaar ik mijn geloof in de toekomst, want ik geloof in de menselijke goedheid. Uw uitnodiging, uw onthaal, deze ceremonie, verstevigt mijn geloof.

Leve de vrede en de vriendschap onder de mensen!"

 

Simon Gronowski

MIchelABVV

MichelABVV2

1507 LEF TrojanTreaty PRINT3

Human Chain

DWMLogo

facebook-logo

HartbovenHard KLEUR3-e1410788156744

vrede-logo-kleur-big

dette

petitie

areva