dplbdljfigcnifbc

semainedessentiers2017

                                 Meer info...

20171021 Affiche

affiche2018 groen

                                 Meer info...

Femenisme

                                Meer Info...

Logo Coord Blokkade kl

                                    Meer Info

Affiche C50

TTIP CETA

Meer info

flyer voorkant

Meer info

Delen van artikels

Oases

 

De 'Kaltstellung' van de Braziliaanse savanne

 

Het meest onthutsende aan het jongste boek van Luc Vankrunkelsven – hoopvol 'Oases - Grond-kracht voor een nieuwe lente' gedoopt – zit niet in het boek zelf maar in een bijhorende folder, getiteld 'Red de Cerrado in Brazilië' ! Op het vouwblad staan twee kaartjes. De ene toont in het groen de oppervlakte van de Cerrado in 1960. De andere de 'provincies met restanten van de oorspronkelijke Cerrado-vegetatie in 2012." Het verschil is enorm: van de grote groene aaneengesloten strook, blijven slechts versnipperde kleine stukjes over. Wat heeft men daar op amper een halve eeuw tijd vernietigd !

 

De Cerrado: het is - of juister: het was - een uitgestrekt savannelandschap in het Braziliaanse binnenland dat als een soort spons voor regenwater functioneert en dat water vervolgens los laat via grote rivieren.

 

De Cerrado is veel minder bekend dan het ook al zwaar belaagde Amazonewoud, maar zoals Luc ons aantoont, minstens even belangrijk voor de biodiversiteit en het ecologisch functioneren van Zuid-Amerika (en de planeet).

 

Dat de Cerrado verdwijnt is te wijten aan grootschalige plantages van soja- en andere monoculturen die in Brazilië haast ongestoord aangelegd kunnen worden en een integraal onderdeel vormen van de wereldwijde agro-industrie die ook in Europa de kleine boeren er tussen uit pest. Denk aan de 600 boeren die in Frankrijk alleen al, elk jaar zelfdoding plegen.

brasil-cerrado-e-amazonia-420-x-418

 

'Big Paraiso': hoe lang nog paradijselijk ?

 

Al 27 jaar ijvert Luc Vankrunkelsven met Wervel – Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw – voor meer respect voor de kleinschalige, ecologisch functionerende landbouw. Hier en elders in de wereld. Als pater norbertijn die afwisselend in Brussel en Averbode woont en elk jaar ook een tijd rondreist in Brazilië, levert Luc met 'Oases' zijn 14 de boek af. Zes van zijn boeken werden ten behoeve van de Brazilianen ook in het Portugees uitgegeven.

 

27 Jaar: dat is een lange periode waarin Luc veel zag veranderen en lang niet altijd ten goede.

 

Brazilië is in de ogen van velen nog "een land van overvloed. Van melk en honing", stelt Luc vast. "De laatste 50 jaar is de bevolking wel verdrievoudigd tot iets meer dan 200 miljoen tinten bruin, maar ze zijn nog ver af van de 1,4 miljard Chinezen. Toch leeft nog volop het idee dat dit paradijs van zon, water en veel grond onuitputtelijk is. Brazilië ís een paradijs, waar heel veel goeds over te zeggen valt. Toch ga ik elk jaar wat treuriger terug naar huis. Het Paradijs ís niet oneindig. Het brokkelt af. Hoe lang kan dit nog doorgaan? Wanneer gaat dit Aards Paradijs landen tussen de limieten van de draagkracht van Planeet Aarde? Welk is in dit aftakelingsproces onze verantwoordelijkheid als Europeanen en Chinezen?

 

Er valt heel veel moois en opwindends te vertellen over Brazilië en zijn Brazilianen. Steevast vragen ze: "Gostou?" "Beviel het je hier?" Het standaardantwoord hoort dan te zijn: "Gostei!" "Ja, hoor. Fantastisch. Paradijselijk is het hier."

 

Mag ik toch maar de lastigaard blijven uithangen en zo nu en dan de schaduwzijden van 'Big Paraiso' belichten? Er is niet aan te ontkomen." Aldus Luc aan het eind van zijn rondreis in 2015 door het onmetelijke land.

 

Oases ?

 

In zijn inleiding – kortweg 'Oases ?' getiteld – staat Luc voor het soort vragen waar tegenwoordig iedereen voor staat die én ecologisch geëngageerd én geïnformeerd is: waar de moed, de hoop vinden om verder voor planeet Aarde en zijn bewoners te blijven opkomen ? En hoe trachten iets te realiseren ?

 

Luc: "Zijn 'Oases' niet correcter om te beschrijven wat ons te doen staat: oases ontdekken, ze bezoeken om er ons aan te laven en om ze met elkaar te verbinden. Zoals natuurgebieden in Brazilië en Europa niet in eilanden mogen teruggedrongen worden, maar met corridors verbonden moeten worden. Opdat het leven kan doorgegeven worden. In volheid."

 

Luc citeert hier volop de filosofe Hannah Arendt, "fan als ik van haar ben".

 

Arendt schreef: "De groeiende wereldloosheid in de Moderne Tijd, het verdorren van de ruimte tussen ons, kan ook de gestage verwoestijning van de wereld waarin wij leven genoemd worden (...) Moderne psychologie is woestijnpsychologie: ze voedt de meest verschrikkelijke waan, namelijk dat er iets aan ons scheelt, terwijl wij in woestijncondities niet kunnen leven en daarom het vermogen verliezen om te oordelen, te lijden en te verdoemen. Voor zover de psychologie de mensen probeert te 'helpen', helpt ze hen zich aan de woestijncondities 'aan te passen'. Dit ontneemt ons onze enige hoop, met name dat wij in staat zijn de woestijn tot een menselijke wereld om te vormen, omdat wij weliswaar in de woestijn leven, maar er niet uit afkomstig zijn. De psychologie zet de dingen op hun kop. Want juist naarmate we lijden onder de woestijncondities, zijn we nog menselijk, zijn we nog intact. Het gevaar bestaat erin dat we echte bewoners van de woestijn worden en ons er thuis voelen."

 

Die verwoestijning: denk aan de betonwoestijnen die vele steden zijn. Waar je in de steegjes van de blauwe lucht boven je hoofd, nog slechts een smal streepje ziet. Waar je vanuit torengebouwen stadspanorama's te bezichtigen krijgt met daarin haast geen vleugje groen. Voor elke 'buitenmens' een onwezenlijke ervaring. Of in de woorden van mijn vader toen hij het Schaarbeek zag waar ik 27 jaar geleden naar verhuisd was: 'Hier zou ik nog niet willen doodliggen."

 

Geef ons dan maar 'Oases om te ademen', zoals Luc bovenaan pagina 7 titelt. Oases zijn voor hem en Hannah Arendt "al die levensgebieden die onafhankelijk, of grotendeels onafhankelijk van de politieke condities bestaan. Er is iets fout gegaan met de politiek, dat wil zeggen met onszelf, voor zover wij in het meervoud bestaan – en niet met wat wij kunnen doen en maken, voor zover we in het enkelvoud bestaan: zoals in de afzondering van de kunstenaar of de eenzaamheid van de filosoof, in de inherent wereldloze verhouding van mens tot mens, zoals die in de liefde en soms ook in de vriendschap gegeven is. (...) Waren deze oases niet intact, we zouden niet weten hoe we moeten ademen. (...) De oases mogen alleszins niet gelijkgesteld worden aan 'ontspanning'; het zijn leven schenkende bronnen, die ons in staat stellen om in de woestijn te leven, zonder ons ermee te verzoenen." (ibidem)

 

"Gelukkig zijn er de laatste jaren ook psychologen die Arendts diagnose van de verwoestijning zullen onderschrijven en die zich niet aan 'woestijnpsychologie schuldig maken" schrijft Luc. En hij citeert de Canadese schrijfster Naomi Klein die oproept tot een wereldwijde basisbeweging voor radicale verandering. "Iedere tijd opnieuw staan Arendts, Carsons en Kleins op. Sterke vrouwen die ons naar onze bronnen en oases van menselijkheid verwijzen."

 

"Ik ben geen psycholoog" vervolgt Luc, "maar mijn schrijven heeft iets therapeutisch. Althans voor mezelf! Laat ons hopen dat de lezer er niet door afgeschrikt wordt. Laten we ons laven aan de vele oases die ons resten en aan de bronnen die opnieuw ontspringen. Het zijn reizen en geschriften om de woestijnen aan beide kanten van de Atlantische Oceaan niet langer te aanvaarden. Laat ons internationaal netwerken. Internet kan ons helpen, maar af en toe een transatlantische ontmoeting bij elkaars bronnen inspireert nog meer."

 

En dus blijft Luc jaarlijks heen en weer Brazilië reizen, zich er goed bewust van dat dit zijn 'ecologische voetafdruk' de hoogte in jaagt. Maar "met alleen virtuele 'intercâmbio' komen we er niet. Multinationals, bijvoorbeeld watergiganten, organiseren zich internationaal. NGO's en sociale bewegingen hebben dan ook de plicht om zich internationaal te verbinden." En dat doe je nog altijd het best door elkaar af en toe ook echt in levende lijve te ontmoeten.

 

Oorlog om water

 

Lucs eerste hoofdstuk gaat over de "Wateroorlog tussen de stad Rio de Janeiro en de staat São Paulo".

 

Zoet water is over heel de planeet schaars aan het worden. Denk maar aan de toestand in Israël-Palestina. Even een krantenartikel erbij halen. De krant La Libre Belgique schreef op 23/3/2017 dat in 2040 het aantal kinderen in de wereld dat een tekort aan water zal ondervinden, zal zijn opgelopen tot 600 miljoen ! Dat is nog wat anders dan de 20 miljoen hongerenden nu in Afrika. 600 miljoen kinderen met een tekort aan drinkwater en dat over 23 jaar. De drie redenen die de Verenigde Naties volgens La Libre Belgique opgeven voor het groeiend watertekort voor kinderen, zijn deze: de bevolkingsgroei, een steeds grotere vraag naar water en de effecten van de klimaatverandering. De toenemende watervervuiling moet daar ook nog aan toegevoegd worden.

 

Overigens zal drinkwater niet pas vanaf overmorgen een probleem worden. En het is ook niet pas sinds gisteren een heikel iets.

 

"Water' is in Rio de Janeiro al 450 jaar een thema" schrijft Luc. Halfweg 19e eeuw werd het echt een levenskwestie. "Het werd opmerkelijk heter in Rio de Janeiro en de watervoorziening dreigde in het gedrang te komen. Reden? De ontbossing voor monocultuur koffie op de berg Tijuca. Het is de verdienste van de toenmalige keizer, van de berg terug te bebossen met merkelijk positieve gevolgen."

 

Ondertussen zijn de Braziliaanse rivieren echter zeer zwaar vervuild geraakt en dat verergert nog de problemen. En dus staan op meer en meer plaatsen, ook in Brazilië, de betrokken partijen in hun strijd om water, met getrokken messen tegenover elkaar.

 

Water sparen: hoe niet ? Hoe wel ?

 

Onder het titeltje "Sensibiliseren" geeft Luc de tekst van een bericht van een Braziliaanse huismeester/syndicus:

 

"We moeten water sparen.

 

– Het simpele feit van de kraan dicht te draaien bij het tanden poetsen bespaart 10 liter water.

 

– In het stortbad zijn 5 minuten voldoende om het lichaam te wassen. Baden van 15 minuten verbruiken 135 liter water.

 

– Sluit de douche af, wanneer je je inzeept of je haar wast. "

 

"Interessante tips" noteert Luc. En ook: "Bijzonder is wel dat de typische Braziliaanse afwasmethode vergeten wordt: onder constant lopend water de vaat met veel detergent inzepen en spoelen. Ik durf het watergebruik hierbij amper bevroeden!"

 

Wel, bij deze punten toch enkele bedenkingen én tips.

 

Dat van die kraan laten lopen onder het tanden poetsen, las ik ook elders al. Waarom doen mensen dat ? Ze gaan toch niet heel de tijd met hun mond onder de kraan hangen ? Ikke niet begrijpen. Maar zoals Luc me mailde doen mensen dat dus wel degelijk: de kraan laten lopen. "En dat systeem is er evengoed op een congres van 200 mensen, waar ieder individueel zijn gerief afwast met lopende kranen ..."

 

Je wassen onder een stortbad: waarom zou dat nodig zijn ? Je kan je ook wassen aan een lavabo. Met washandje en een minimum aan water.

 

En dan die Braziliaanse afwasmethode. Ten eerste: ze passen die ook elders toe. In Rusland bv., dacht ik gelezen te hebben. Ten tweede: test het zelf eens vergelijkend uit.

 

A) Laat een bakje vollopen om daarin af te wassen. Resultaat: je bent al snel aan het afwassen in de restjes uit de vorige kommen en borden. Vies ...

 

B) Andere optie: laat het spoelwater traagjes lopen over datgene wat je afwast heen, zodat de restjes meteen weggespoeld worden. Veel hygiënischer. En merkwaardig: als je dat doet met de stop in de afwasbak, blijk je aan het eind nog niet eens die bak vol te hebben. Zeker niet voor een kleine afwas. Welke methode is dan het zuinigste, het meest proper ook ? Enig voorwaarde: dat je de waterstraal beperkt houdt.

 

Dan nog even naar een andere belangrijke waterbesparingsmethode. Een student bezorgde me ooit cijfers die ik al lang vergeten ben, maar ik vergat niet de indruk die ze op me maakten. Wat worden er massa's drinkbaar water via het toilet verspild ! Zeker door (mannelijke) stadsbewoners die niet even buiten een plasje kunnen gaan maken, maar elke keer het toilet gebruiken moeten. Wel: vroeger had men 'nachtemmers', 'toiletemmers', 'pispotten'. Door die nachtemmers ook overdag te gebruiken en dus niet elk plasje door te 'sjassen': zo kan je pas water én centen besparen !

 

"Waterbedrijf zelf grootste verspiller"

 

Zo luidt de volgende titel van Luc. Tja, je zal als burger maar selectief je vuil sorteren en dan in de pers lezen dat de afvalmaatschappij het toch weer op één hoop gooit. Of je zal zoals in de staat Sao Paulo het geval is, zuinig omspringen met water, maar dan via de media vernemen dat waterbedrijf Sabesp "zelf verantwoordelijk is voor een immense waterverspilling". In 2013 constateerde men dat tijdens het vervoer van de waterreserves naar de woningen 31,2 % van het water verloren ging. Van elke 100 liter dat uit de waterwinningen wordt onttrokken, bereikt maar 70 % zijn bestemming. Dat verlies is voldoende om de bevolking van Rio de Janeiro – de tweede grootste stad van het land - van water te voorzien. "

 

"70 % is blijkbaar een veel voorkomend getal als het over water gaat", filosofeert Luc. "Wij zelf bestaan voor 70 % uit water; 70 % van het wereldwaterverbruik gaat naar de landbouw (vooral de grootschalige, monocultuur exportlandbouw); 70 % van de regen die 's zomers in deelstaat São Paulo valt, komt van het Amazonegebied; in São Paulo bereikt maar 70 % van het gewonnen water de consument."

 

Maar Luc weet ons ook te vertellen over de actie van een bioloog die "op zijn eentje in de loop der jaren diverse soorten mangroven begon aan te planten. Zoutminnende bomen die wereldwijd vernietigd worden voor havens, woningbouw, agressieve teelt van scampis, etc. Niet iedereen was/is gelukkig met zijn eenmansactie, want als de bomen groeien, ontnemen ze het 'zicht' van de Cariocas op het meer. Liever een dood meer met een pittoresk panorama, dan een levend meer met zoutminnende bomen eromheen! Maar de man hield vol. De bomen staan netjes rond het water, mét de nodige compromissen. Hier en daar toch geen bomen 'voor het zicht van de mensen'. Elders worden ze bijgeknipt opdat de toeristen het meer toch goed zouden kunnen zien. Ondertussen is het wel een lévend meer met zuurstof en vis in het water geworden.

 

Aan de strandkant/de baai-zee van Ipanema (naast het tot de verbeelding sprekende Copacabana) werden door de overheid hier en daar terug oases met oorspronkelijke strandbegroeiing beplant. Is herstel dan toch mogelijk? In de 19e eeuw de heraanplant van het stadswoud Tijuca; in de 21ste eeuw de mangroven van Ipanema. In de 19e eeuw een machtige keizer. In de 21ste eeuw een koppige burger met geloof in de ommekeer. 't Ja, zo nu en dan behoort een andere wereld tot de mogelijkheden."

 

Bovenstaand verhaal doet me denken aan wat ik ooit las over een man in het zuiden van Frankrijk die in de loop der jaren stilletjes een heel bos aanplantte. Hij deed het in stilte, omdat hij wist dat hij anders zou worden tegengewerkt ...

 

Kronieken

 

Bon, we zijn toegekomen aan pagina 28 van het 144 pagina's tellende Oases-boek. Nog 28 hoofdstukken te gaan, want in totaal telt het boek er zo'n 30-tal, als je inleiding en epiloog meetelt.

 

De meeste van die hoofdstukken betreffen "analyses, observaties en beschouwingen" zoals Luc ze zelf omschrijft, "telkens vermomd in 'cronicas'". In kronieken.

 

Daarnaast bevat het Oases-boek nog 5 bijdragen van andere auteurs, Brazilianen en Belgen. Bijdragen over onder andere het aanbrengen van een andere landbouw in het hoger onderwijs, sociale en milieu-aspecten van de voedselconsumptie, de beweging voor agroforestry ...

 

Overlopen we kort enkele van de titels van Lucs eigen bijdragen. Een bijblijvende is deze: "Onkruid zal ons voeden. (Een onderhoud met Clara Brandão)". Inderdaad, waarom het krachtige onkruid waar we in onze tuinen vaak zoveel moeite voor doen om er van af te raken, waarom dat én zijn kracht niet benutten als voedsel ? Van netels bv. kan je alvast zuiverende thee en ook soep maken.

 

"De haven van de kippen" (en van de slaven) is een ander stuk dat bij mij blijven hangen. Net zoals dat over de vaak alles behalve 'eco-logische' export over en weer tussen België en Brazilië. België exporteert massaal veel zuivel en vlees, ook richting Brazilië. Daartoe moet het wel eerst massaal soja importeren, uit ... jawel Brazilië.

 

Nieuw licht op het conflict om Oekraïne

 

Het meest verrassende onderdeel van het 'Oases-boek' was het laatste luik, de epiloog. Titel: "Rabo, landjepik en soja?" En dat gaat nu eens niet over Brazilië, maar over Oost-Europa en de manier waarop West-Europa – hier in de vorm van de Nederlandse Rabobank – daar aan landdiefstal doet.

 

Als je dit hoofdstuk leest, krijg je meteen een heel andere kijk op het conflict om Oekraïne tussen de EKU – de Europese Kapitalistische Unie - en Poetins oligarchen-Rusland. In wat ooit "de graanschuur van de Sovjetunie" was, ligt enorm veel bijzonder vruchtbaar land – de beroemde 'zwarte aarde' / 'chernozem' – voor het grijpen om er met name soja op te winnen. Of om mee te speculeren want de grondprijzen zijn er pijlsnel aan het stijgen. En zowel banken zoals Rabo alsook multinationals zoals gifproducent Monsanto waren er als de kippen bij om 'de markt' voor zich in te palmen. Met als gevolg dat veel boeren zonder grond komen te zitten. Geen probleem voor de EKU: zo krijg je weer een prima reservoir aan goedkope arbeidskrachten om in West-Europa de bedrijven van sociale dumping te laten profiteren.

 

Trefzeker abstract mooi geïllustreerd

 

Bij de meeste boekbesprekingen vormt de vormgeving van het boek in kwestie geen punt. Niet zo bij 'Oases'. Er is vooreerst de kleurrijke 'cover' waardoor het boek je ook in de boekhandel meteen opvalt. Ik zag 'Oases' vorige week te koop in de Oxfam-wereldwinkel aan de Brusselse Anspachlaan (nummer 137) en stelde vast dat je er tussen al de kleurrijke spullen die je bij Oxfam aantreft, toch niet naast kan kijken.

 

Binnenin het boek gaat de coverstijl van illustreren verder: kleurrijke collages van tekeningen en foto's waarin je van alles terug kan vinden: van sproeiende vliegtuigen tot popcornbakjes, noten en ander voedsel, vogels, stranden ... Het minste wat je erover kan zeggen: dit is origineel.

 

En als je het boek uitgelezen hebt is er nog die laatste pagina waarop 'professora' Luciana Ferreira (UFPR, Setor Litoral) toelichting geeft bij die opmerkelijke illustraties. Het blijkt dat Luciana, Luc leerde kennen in 2008 aan de UFPR - Federale Universiteit van Paraná. In het begin, zo schrijft ze, "dacht ik weinig na over de ideeën en concepten die Luc verdedigde. Maar zijn teksten wezen mij de weg naar nieuwe overtuigingen en ideeën. In deze tussentijd werd ik veganist. Ik ontwikkelde een nieuwe relatie met de wereld en begon meer zorgzaam te zijn met mijn 'voetafdruk' op deze planeet. Het maken van de illustraties werd alsmaar belangrijker voor mij. Vooral op het moment dat we aan het werk gingen met de gemeenschap, had ik een speciale zorg bij de reflectie en discussie over de voornaamste ideeën van het hoofdstuk, zodat elke illustratie het resultaat werd van meer gefundeerde analyses." (...)

 

"Elke twee jaar en met elk boek proberen we andere visuele experimenten en nieuwe mogelijkheden om de externe gemeenschap van de universiteit te betrekken bij de productie van de illustraties. Dit jaar sloten we ons aan bij het programma 'Magische Wereld van Lectuur' van de UFPR, gecoördineerd door Rosângela Valachinski. Dit programma heeft een enorme weerklank in de gemeenschap van Matinhos, want, naast andere objectieven, heeft het de moeilijke taak om het boek en de lectuur te promoveren in het basisonderwijs van deze gemeente. Bij de productie van de illustraties participeerden dit jaar kinderen, adolescenten, jongeren en volwassenen tussen 8 en 45 jaar. Deze 'amateur' illustrators moesten vooraf geen ervaring hebben in visuele kunsten, maar waren verplicht deel te nemen aan de discussie van de thema's in het boek. Er werd dit jaar gekozen voor de techniek van collage wat de creatie van beelden stimuleerde voor hen die geen eerdere ervaring hadden met artistieke productie."

"Het oog wil ook wat" zegt een spreekwoord van bij ons. En inderdaad, als ik nu één van Lucs bekendste boeken er bij neem, "Kruisende schepen in de nacht – Soja over de oceaan" uit 2005, dan valt me op hoe sober – ik schreef bijna somber – dat boek er uit ziet in vergelijking met het vrolijk ogende 'Oases'.

 

Als je temidden van de problemen toch een boodschap van hoop wil brengen, doe je dat best ook in je vormgeving. Daar slaagden Luc en Luciana met Oases wondermooi in.

 

Maar leest én bekijkt u 'Oases' zelf maar eens om uit te maken wat voor indruk dit mooie boek op u maakt. Tot wat het u inspireren kan.

 

Eindigen doen we met "iets 'hoopvols'" dat Luc me op zondagochtend 26 maart kon meedelen: "In het vooruitzicht van de vastencampagne van de Braziliaanse bisschoppen die nu nog tot Pasen loopt, werd najaar 2016 een brede 'Cerrado-coalitie' opgericht, met de kerken, NGO's, bewegingen, etc. Historisch gewoon. En nu in de veertigdagentijd staan de verschillende 'biomas' (grote ecosystemen in Brasil, centraal. Met voor het eerst heel centraal de Cerrado. Ik weet niet of mijn gezaag er mee te maken heeft, maar ik ben daar wel erg opgetogen over."

 

Jan-Pieter Everaerts

 

"Oases – Grond-kracht voor een nieuwe lente", Luc Vankrunkelsven, ISBN: 9789081486842, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Voor andere nog bij Wervel te verkrijgen publicaties van Luc Vankrunkelsven: zie www.wervel.be/publicaties

 

Behalve Lucs boek aanschaffen, kan u hem overigens ook eens uitnodigen voor een lezing mét film: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Over de Oekraiense zwarte aarde: zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Chernozem

 

Ook nog deze linken meegeven naar een filmpje gemaakt voor de boekvoorstelling van 'Oikos' in Lier. Zie: https://www.youtube.com/watch?v=mKnVCCIFnpM&t=30s

 

En vanuit EP-parlement: https://www.youtube.com/watch?v=3EFns6PtAPI&t=72s


 

'Grond-kracht' in en rondom onze steden

 

Tot slot van deze boek-bespreking volgt hier de tekst van hoofdstuk 6 uit 'Oases'. De keuze om nu net dit hoofdstuk op te nemen ter illustratie van wat je in het Oases-boek verwachten kan, is uiteraard subjectief, maar valt te motiveren doordat het hier gaat over iets waar we ook in België werk kunnen van maken: land- en tuinbouw organiseren in en rondom de steden en dat op een ecologisch verantwoorde én dus voor mens en planeet gezonde manier. Laat het u inspireren.

 

Luc schreef de volgende kroniek in de bekende havenstad Porto Alegre.

 

Agro-ecologie in en rond de steden zaaien

 

Ik heb het geluk om mijn tocht doorheen Brazilië te beginnen met een jonge enthousiasteling, Diogo de Souza Pinto. De bedoeling was om een toespraak te houden in de landbouwuniversiteit van Seropédica, op 72 km. van Rio de Janeiro, maar omwille van drie maand professorenstaking, lag het voorbije lesjaar helemaal overhoop. Gevolg: de studenten zijn nog in verlof. Maar de ontmoeting met Diogo en nadien met Prof. Abboud van Seropédica maakt alles goed.

 

Diogo is gebeten door agro-ecologie en is vast van plan zijn leven hieraan te wijden en dat (voorlopig althans) in een hoofdstedelijke context. Hij geeft me het boeiende boekje 'Cadernos de discussão: juventude, educação do campo e agroecologia / Katernen van discussie: jeugd, educatie op het platteland en agroecologie'.' (1) Ook een themanummer van 'Agriculturas' handelt over 'Agroecologia nas cidades' (2)

 

Stadslandbouw in opmars

Stadslandbouw in en in de onmiddellijke omgeving van steden is een opkomend wereldwijd fenomeen. In Europa, met het opkomen van 'lokale voedselstrategieën', Community Supported Agriculture (CSA), etc. . In de Amerika's. In Afrika. In Azië vooral. Het is geen marginaal fenomeen meer. Al in 1999 schatte de FAO dat 800 miljoen mensen bij het verschijnsel betrokken zijn, wat staat voor 15 % van de wereldvoedselproductie. Dat is ondertussen vast nog in belang toegenomen. Het gaat om miljoenen ex-boeren die in de wereldsteden samenklitten. Ze willen grond onder de voeten voelen en de vrucht van hun eigen handen kunnen eten.

 

Via voedsel wordt sociale cohesie opgebouwd of hersteld. Bovendien is het voor velen een enorme kostenbesparing of een extra (klein) inkomen. Het verdient in dit 'internationaal jaar van de familiale landbouw' en 'het Europees jaar tegen de voedselverspilling' meer dan de nodige aandacht van het publiek en van de beleidsmakers. Tot 1/3 van het voedsel in de wereld wordt in de verschillende schakels van de geïnternationaliseerde voedselketen tot in onze ijskasten verspild. Deze stadsmensen, die zelf in precaire omstandigheden aan landbouw doen, zullen zich niet zo rap aan verspilling van hun producten bezondigen.

 

Zo is er het wervende voorbeeld van de stadslandbouw van de 'Maciço da Pedra Branca', in het hartje van de metropool Rio de Janeiro. Ongeveer 120 stadsboeren zijn er actief.

 

Neo-ruraliteit

 

In ons eigen land heeft Prof. Hubert Gulinck het over 'neo-ruraliteit', één van zijn zalige neologismen: "Neo-ruraliteit is terug met de voeten op de grond, al is het in de eerste plaats een theoretisch concept. Het gaat om personen, gemeenschappen of bedrijven die de grond gebruiken als substraat voor hun handelen, maar op een duurzame wijze. Voor welk handelen? Een nuttig begrip hierbij is 'ecosysteemdiensten', gelanceerd in de Millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties. Ecosysteemdiensten gaan over voedselproductie, wateropvang, biodiversiteitsbeheer, klimaatkoeling en – in de tweede plaats - de daaraan gekoppelde culturele diensten.

 

Het betreft alle diensten die een maatschappij kan waarmaken, dankzij haar natuurlijk substraat (= de grond), of deze nu voorkomt in de Hongaarse poesta, in onze leemstreek of in het midden van een grootstad.

 

Hiermee doorbreekt de term neo-ruraliteit de kunstmatige scheidingslijn tussen stad en platteland. Die scheidingslijn is pervers omdat ermee gesuggereerd wordt dat diverse ecosysteemdiensten (of "gronddiensten") niet in de stad thuishoren.

 

Er heerst een culturele dominantie van de stad over het platteland, terwijl er in de stad ook vormen van ruraliteit met ecosysteemdiensten mogelijk zijn. Het meest sprekende argument om die neo-ruraliteit te duiden zijn de nieuwe vormen van stadslandbouw die wereldwijd wortelschieten.

 

Eigenlijk is het een terug aansluiten bij een eeuwenlange traditie. Bekijk de stad Leuven op de Ferrariskaarten (1770). Heel Leuven was dooraderd met tuinbouw en andere vormen van landbouw. Uiteraard zijn onze steden veel meer verdicht en versteend dan vroeger, maar dat belet niet dat we die steden ook meer en meer als levend substraat moeten zien."

 

Varkens in de stad?

 

'k Wil nog even Jan Willem van der Schans (3) aan het woord laten: "Door tuinen te vernielen dood je de weerbaarheid van een stad, waarvan een deel van de bevolking kampt met grote armoede en voedselschaarste. Terwijl wij in het Westen stadslandbouw nogal eng bekijken als een hobbytuintje op je balkon, betekent stadslandbouw in arme gebieden wel degelijk een overlevingsstrategie voor veel mensen.

 

Stadslandbouw heeft altijd bestaan, ook bij ons. Vóór de industrialisatie van onze steden bevonden akkerboeren en melkveehouders zich rond en in de stad. Er bestond geen koeling en melk, aardbeien en sla moesten zo snel mogelijk verhandeld worden. Vee in de stad is nu in Westerse steden ondenkbaar, terwijl dat niet eens zo lang geleden wel het geval was. Tot 1920 liepen varkens nog gewoon rond in een stad als New York. Daarna werd het houden van stadsvee verboden wegens hygiëneregulering." (...)

 

"Er zijn in wereldsteden vele voorbeelden waar het onderscheid tussen boeren rond de stad en boeren in de stad niet zo groot is als hier. Vandaag huisvest Tokio als één van de economisch meest dynamische steden ter wereld zo'n 6000 stadsboeren met rijstveldjes tussen de grote wolkenkrabbers in."

 

"Stadslandbouw wordt hier te vaak bekeken als de hobby van een stelletje yuppies, die, als hun oogstje mislukt, snel naar de supermarkt hollen om daar eten te kopen. In de meeste Europese steden heeft het minder te maken met voedselzekerheid. Hier is het eerder een model om de stedeling weer in contact te brengen met boerengrond en omgekeerd, om de boer weer naar de stadsmarkt te halen. Op wereldschaal wordt stadslandbouw ingezet als een strategie tegen honger, als armoedebestrijding. (...)"

 

Op de Albertina-bibliotheek in Brussel ligt er een florissante stadstuin. Brussel kent ook zijn imkers met prima honing, maar ik heb toch de indruk dat we in Europa veel kunnen leren van stadsboeren in andere continenten. Laat de Belgische voetbalfans in juni maar eens de stad intrekken, op zoek naar inspirerende neo-ruraliteit.

 

Porto Alegre, 1 april 2014

 

1 Een boek vanuit de synergie van de Federale universiteit van Rio de Janeiro (UFRRJ) en de Articulação de Agroecologia do Rio de Janeiro (AARJ), Editora 'Outras Letras', 2011.

 

2 Agriculturas, Leisa Brasil, september 2012. Kan gedownload worden van: http://aspta.org.br/revista/semeando-agroecologia-nas-cidades/

 

3 Jan Willem van der Schans is landbouweconoom, pragmaticus en de enthousiasmerende voorzitter van 'Eetbaar Rotterdam' (uit een interview in Mo*, december 2013).

 

https://www.youtube.com/watch?v=FKz4JZMWZog . Zie ook de inspirerende TED-toespraak van Carolyn Steel over lokale voedselstrategie in grootstad Londen: https://www.youtube.com/watch?v=CLWRclarri0