images/headerlefonline.jpg
Delen van artikels

dsc01224Tien dagen met jongeren in de Palestijnse gebieden
Vrede vzw begeleidde een groep jongeren op hun reis door de Palestijnse Westelijke Jordaanoever. Een reisverslag +foto's.

De inleefreis kadert in een project van enkele jeugdtheaters van Victoria DeLuxe, De Kopergietery en Jonge Gewei om de reiservaringen te verwerken tot een theatervoorstelling. Het werd een heel informatieve, maar ook emotionele en bij wijlen confronterende beleving.

Bethlehem, Beit Sahour

Bethlehem is een belangrijk pelgrimsoord voor christenen uit de hele wereld. Een van de trekpleisters is de geboortekerk in het centrum van de stad. Het toerisme is al enkele jaren terug aan een heropleving toe. Winkeltjes en ateliers vinden een broodwinning in religieus geïnspireerd houtsnijwerk. Maar de bezetting laat zich hard voelen. In het westen en het noorden van de stad kleeft de muur die Israël bouwde als het ware tot tegen de huizen. Aan de andere kant ligt Palestijnse landbouwgrond. Wat Israël een veiligheidsmuur noemt is in werkelijkheid een annexatiemuur die doorheen het landschap kronkelt om landbouwgrond en waterbronnen af te scheiden van de Palestijnse bevolking. De geannexeerde gebieden worden zoals hier in Bethlehem gebruikt om de Israëlische illegale nederzettingen verder uit te breiden.

Wat Israël een veiligheidsmuur noemt is in werkelijkheid een annexatiemuur die doorheen het landschap kronkelt om landbouwgrond en waterbronnen af te scheiden van de Palestijnse bevolking.

De muur is een onderdeel van de bezettingsinfrastructuur van het Israëlische Apartheidsregime die verder bestaat uit goed onderhouden verbindingswegen tussen de Israëlische nederzettingen die niet toegankelijk zijn voor de Palestijnen, de controleposten die zoals hier in Bethlehem heuse terminals kunnen zijn, militaire posten, landbouwnederzettingen, enz. Na elke reis valt het op hoe de bezetting en kolonisatie systematisch worden verdiept, hoe het een systeem is geworden, gemaakt om het niet meer te kunnen terugdraaien.

Palestina wordt geleidelijk aan vernietigd en niemand die het wil of kan tegenhouden. Als Palestijnen zich daartegen verzetten worden ze gestraft met extra huizen in de nederzettingen en collectieve strafmaatregelen. Palestijnen worden als terroristen afgeschilderd omdat ze gelijke rechten vragen, terwijl het Israëlische leger de bevolking aan een waar terreurregime onderwerpt. Zoals onlangs toen honderden extremistische zionisten de al Aqsa moskee wilden binnenvallen tijdens het gebed. Tientallen moslims werden vervolgens verwond in clashes met de politie die zoals altijd de kolonisten te hulp komt tijdens hun agressiedaden. Verhalen over kolonisten en militairen die Palestijnen aanvallen, verwonden, doden, over diefstal van grond, huizen die vernietigd worden, olijfbomen die worden afgebrand of ontworteld... Die verhalen halen te weinig de media.

Daarom is het belangrijk dat de internationale solidariteitsbeweging de onrechtvaardigheid en het karakter van de bezetting/kolonisatie blijft documenteren en aanklagen.

In Bethlehem is de muur een uit een uithangbord geworden voor talloze verhalen van onrechtvaardigheid en uitdrukkingen van solidariteit. Banksy heeft er een aantal werken op achtergelaten en er samen met Palestijnen een heus The Wall Hotel uit de grond gestampt. Het is cynisch, maar de muur is een toeristische attractie geworden.

Jeruzalem

Jeruzalem is een smeltkroes van religies, een heilige plek voor zowel christenen, moslims en joden. De stad herbergt een van de heiligste en oudste moskeeën, de al Aqsa op de Haram al-Sharif (Tempelberg), die in het westen rust op de Klaagmuur, een restant van de tweede joodse tempel. Verderop is er de Heilige Grafkerk waar volgens christenen Jezus gekruisigd, begraven en verrezen is. Sinds de Israëlische bezetting van Oost-Jeruzalem in 1967 bouwt of breidt de regering in sneltempo nederzettingen uit en neemt het allerlei maatregelen om de demografische verhoudingen in het nadeel van de Palestijnen te wijzigen. In 1980 stemde het Israëlische parlement de Jeruzalemwet, een basiswet die een wet die de stad uitroept tot eeuwige en ondeelbare hoofdstad. De VN-Veiligheidsraad reageerde prompt met resolutie 478 die deze wet veroordeelt en als van ‘nul en generlei waarde’ bestempelt. Palestijnen die in Jeruzalem wonen zijn geen Israëlische staatsburgers en hebben een apart statuut (een Jeruzalem ID). Als ze willen bouwen, krijgen ze daarvoor zo goed als geen vergunning. Illegale bouwsels, volgens Israël hoewel het om bezet gebied gaat, krijgen systematisch te maken met een ‘bevel tot vernietiging’. Ook veiligheidsargumenten kunnen aanleiding geven tot vernietigingen.

Op 22 juli vernietigde het Israëlische leger 71 Palestijnse woningen met explosieven en bulldozers in Sur Baher, ten zuiden van Oost-Jeruzalem.

Op 22 juli vernietigde het Israëlische leger 71 Palestijnse woningen met explosieven en bulldozers in Sur Baher, ten zuiden van Oost-Jeruzalem. De huizen lagen nochtans in de A-zone die volgens de Oslo-akkoorden onder beheer staat van de Palestijnse Autoriteit, in 'afwachting' van een volwaardige Palestijnse staat.

Het leger trad uiterst gewelddadig op, gebruikte traangas en pepperspray tegen de families en een groep internationals die de huizen wilden beschermen. Een van de getroffen bewoners, Ismaïl, vertelt ons dat ze de huizen onmiddellijk moesten ontruimen en geen tijd hadden om de inboedel te redden. "Ik heb alles verloren". Hij leeft nu met zijn vrouw en kinderen in een kamer in het huis van zijn vader. De huizen stonden te dicht bij het 'veiligheidshekken' van het Israëlische leger. Dat hekken scheidt in de A-zone Palestijnse huizen van Palestijnse huizen, wat er meteen op duidt dat het veiligheidsargument een drogreden is, anders zouden er geen honderdduizenden Palestijnen aan de ‘verkeerde’ kant van de muur/het hekken wonen.

De muur, het hekken en de huizenvernietigingen vormen onderdeel van een sluipend kolonisatieplan dat de Palestijnen in kleine reservaten moet terugdringen zodat Israël het land kan gebruiken voor nederzettingen, landbouw, industrie en apartheidswegen. Nadien mogen sommige Palestijnen er dan gaan werken aan een hongerloon. Kolonialisme in het kwadraat.

Bil’in

Al sinds eind 2004 voeren de inwoners van het Palestijnse dorpje Bil’in actie tegen de muur die Israël op hun grond heeft gebouwd. Deze vinden elke vrijdag plaats na het gebed. Deze keer ging het om een heel kleine actie omdat er twee huwelijksfeesten waren in het dorp en een deel van de activisten deelnamen aan gelijkaardige acties in de naburige dorpen Kafr Malik en Kafr Quddum, waar verschillende gewonden vielen als gevolg van het inzetten van traangas en rubberkogels (in werkelijkheid een metalen bolletje met rubber rond). In Bil’in bleef het rustig, maar meestal wordt het hele arsenaal ingezet: traangas, rubberkogels, geluidsbommen... De film ‘Five Broken Cameras’ (via de link kan je de hele film bekijken) die o.m. een Oscar-nominatie in de wacht sleepte, vertelt het verhaal van hun verzet en de brutale repressie die de activisten moeten ondergaan.

We hadden een gesprek met Iyad Burnat, de broer van Emad, de maker van de film. Hij legt uit hoe de mensen in het verzet kwamen, en wat ze te verduren krijgen. Er vielen al twee doden en honderden gewonden. Zijn oudste zoon kreeg een metalen bal in zijn been die een zenuw raakte. Sindsdien is zijn voet verlamd. Zijn tweede zoon liep een schedelbreuk op als gevolg van een rubberkogel in zijn hoofd. Hij verliet amper het ziekenhuis of hij werd gearresteerd. Zijn derde zoon raakt gewond na een razzia in het dorp door het Israëlische leger. Sinds enkele jaren houdt het Israëlische leger geregeld nachtelijke razzia's om de bevolking te intimideren en mensen te arresteren. Een terreurregime met een duidelijk boodschap aan Iyad en zijn dorpsgenoten: "stop de protesten anders blijven we jullie terroriseren"

Hebron

Hebron (al-Khalil, 'vriend') is een van de plaatsen waar de bezetting erg voelbaar is. Het is de grootste stad van de Westelijke Jordaanoever. Hebron maakte geen deel uit van de Oslo-akkoorden van 1993 en bleef onder Israëlische militaire controle. In 1997 kwam er een speciaal protocol die de stad indeelde in een H1 (80%) en H2 zone (20%). In de H2 zone leven naast extremistische kolonisten nog 35.000 Palestijnen, die zwaar worden te lijden hebben van de kolonisten en het leger. In de oude stad palmen kolonisten geleidelijk aan de huizen van Palestijnen in. De winkels in het centrum zijn gesloten en de deuren dichtgelast. Shuhadastraat (‘martelaarsstraat’) was ooit een van de drukste marktplaatsen met een busstation. Vandaag is het een spookstraat, met militairen en kolonisten die hun ogen hebben laten vallen op de leegstaande huizen. In de wijk Tel Rumeida zitten enkele tientallen Palestijnse families opgesloten in een getto onder militaire controle, naast kolonisten die er zich gevestigd hebben en er verschillende families hebben verjaagd. Ze kunnen er alleen maar in en uit via enkele militaire controleposten. Bezoek mogen ze niet ontvangen. Alleen buitenlanders worden nog toegelaten, maar de vraag is voor hoe lang nog.

We bezochten de familie van Hashem, die drie jaar geleden overleden is. Hij kampte met hartproblemen. In 2015 waren er verschillende betogingen waarbij op grote schaal traangas is ingezet, tot in het huis van Hashem die bevangen werd door het prikkelend goedje en in coma viel. Zijn vrouw en zoon droegen hem naar de controlepost want een ambulance is in de wijk niet toegelaten. De soldaten lieten hen daar tien minuten wachten tot hij overleed. Nasreen, zijn vrouw, is duidelijk aangedaan als ze ons het verhaal vertelt. Ze wonen onder de woning van de leider van de Jewish Defence League, een extremistische kolonistenorganisatie opgericht door Meir Kahane en waar ook Baruch Goldstein lid van was. Baruch Goldstein richtte op 24 fevruari 1994 een bloedbad aan onder biddende Palestijnen in de Ibrahimi Moskee. Hij doodde 29 mensen.

Je kan de filmpjes over de terreur die de inwoners van Tel Rumeida en omgeving moeten ondergaan vinden op de website van de Israëlische mensenrechtenorganisatie Btselem (zoals deze). Nasreen, moet nu instaan voor het onderhoud van het gezin dat vier kinderen telt.

Jordaanvallei

De Palestijnen die in de Jordaanvallei leven hebben het bijzonder moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. De bezetting en de kolonisatie leggen beslag op de grondstoffen (water!) die nodig zijn om hun economie draaiende te houden. In de complexe kaart die Oslo (de akkoorden van 1993 en daarna) heeft gebaard, zijn de Palestijnse gebieden ingedeeld in A, B en C-zones. In de A-gebieden (de stedelijke gebieden) beschikt de Palestijnse Autoriteit over een zekere autonomie met inbegrip van een gewapende politie. Dat neemt niet weg dat Israël kan ingrijpen wanneer het dat nodig acht en uiteindelijk altijd de volledige controle heeft. De B-zones (de relatief dichtbevolkte gebieden rond de steden) zijn als A maar dan zonder politiediensten. 60% van de Westelijke Jordaanoever (zone C) staat onder volledige Israëlische militaire controle. Palestijnen hebben er quasi geen rechten, geschillen worden uitgevochten voor een militaire rechtbank die in disputen met kolonisten nagenoeg altijd in het voordeel van die laatsten uitvallen.

In de Jordaanvallei (veel is woestijngebied), leven 70.000 Palestijnen en een paar duizend kolonisten in landbouwkolonies. Daar is amper 6% A of B, al de rest is C-zone: natuurgebied (op die manier is het verboden zone voor herders bv.), militair terrein of landbouwgebied voor kolonisten. Die laatsten pompen al het water op, ook als het historisch afkomstig is van de Palestijnse dorpen.

De Palestijnse landbouw lijdt al jaren aan een tekort aan water. Veel Palestijnen zijn zo verplicht om aan een mager loon en in slechte arbeidsomstandigheden te werken in de kolonies.

Oudja is een dorpje ten noorden van Jericho waar het waterdebiet van de lokale bron makkelijk 1800 m³ per uur kon bedragen. Sinds Israël er 8 pompen voor watertoevoer naar de kolonies installeerde, staat de kleine rivierbedding in de zomer geregeld droog. De Palestijnse landbouw lijdt daardoor al jaren aan een tekort aan water. Veel Palestijnen zijn zo verplicht om aan een mager loon en in slechte arbeidsomstandigheden te werken in de kolonies. Jonge mensen die studeren trekken er weg. In de zomer wordt het water van de huishoudens van Oudja van het watersysteem afgesloten. Vandaar dat ze grote tonnen op het dak hebben staan die ze vooraf vullen om het tekort dan aan te vullen. Dikwijls moeten ze hun eigen water terugkopen bij de kolonisten of de Israëlische watermaatschappij Mekorot. Drie jaar geleden kreeg het dorp toestemming om een eigen pomp te installeren, maar sindsdien is het wachten op een vergunning om ze in werking te stellen. En zo gaat het maar door.

Toch is er ook een beetje positief nieuws. De internationale boycotcampagnes werpen hun vruchten af ("de BDS levert meer voordelen op dan heel Oslo", dixit Mohanad, een activist uit Oudja). 99% van de Palestijnse dadels gaat naar de export. Omgekeerd daalt de internationale afzet van Israëlische dadels (die 100% uit de kolonies komen). Kolonisten proberen nu Palestijnse boeren te overtuigen om hun dadels als Palestijns op de markt te brengen, maar die weigeren. Een illustratie dat wij consumenten over macht beschikken om de bezetter onder druk te zetten.

Jericho biedt ook toeristische alternatieven, zoals de 'mount of Temptation' of de mooie kloosters en adembenemende landschappen (zoals Wadi Quelt) zodat er een extra inkomen uit geput kan worden.

Ramallah

Volgens het jaarrapport van Addameer waren er eind 2017 6171 politieke gevangenen. Addameer is een Palestijnse organisatie in Ramallah die de belangen van de politieke gevangenen verdedigt. Onder hen bevinden zich 350 kinderen. De Palestijnen in de bezette Palestijnse gebieden vallen onder militair recht. Dat maakt tal van schendingen van het internationaal recht mogelijk. Kinderen kunnen vanaf 12 jaar opgesloten worden. Er zijn ook nog eens meer dan 400 mensen in administratieve detentie. Advocaten en gevangenen krijgen geen officiële reden voor hun opsluiting. Ze krijgen ook geen rechter te zien om zich te verdedigen. In principe kan een administratieve detentie tot zes maanden duren, in werkelijkheid kan die periode verschillende keren worden verlengd. Het zijn vooral activisten, journalisten, politici en intellectuelen die administratief worden aangehouden om hen zo het zwijgen op te leggen. Zij kunnen ook beschuldigd worden voor het aanzetten tot geweld zoals het geval was met Dareen Tatour voor haar gedicht “Verzet, mijn volk, verzet je tegen hen” op Facebook. In 2015 werd ze opgepakt en verbleef ze enkele maanden in de gevangenis, waarna ze onder huisarrest en vervolgens opnieuw enkele maanden in de gevangenis werd gestopt na een uitspraak van de rechter. Dareen is nochtans woonachtig in Israël en beschikt over een Israëlische identiteitskaart (en valt dus onder burgerlijk recht).

Kinderen tussen 12 en 14 kunnen tot 6 maanden worden opgesloten, van 14 tot 16 jaar tot 1 jaar, maar langer voor feiten waarop een straf van meer dan 5 jaar staat.

Lana Ramadan, die instaat voor de internationale relaties van Addameer, vertelt dat er bij ondervragingen door de veiligheidsdiensten systematisch wordt gefolterd. Gevangenen worden geblinddoekt en in stresshoudingen vastgebonden aan een stoel. Dikwijls worden ze geslagen. Ondervragingen kunnen tot 20 uur duren. Nadien kunnen ze onderworpen worden aan psychologische folteringen zoals luide muziek om hen het slapen te beletten. Kinderen wordt verteld dat ze hun ouders zullen arresteren of hun huis zullen vernietigingen zodat ze bekentenissen ondertekenen. Bij veel kinderen is dat voor het gooien van stenen. Kinderen tussen 12 en 14 kunnen tot 6 maanden worden opgesloten, van 14 tot 16 jaar tot 1 jaar, maar langer voor feiten waarop een straf van meer dan 5 jaar staat. Dat is het geval voor het gooien van stenen waarvoor een maximumstraf tot 10 jaar kan worden geëist. Kolonisten vallen uiteraard onder burgerlijk recht. Als een kolonist een Palestijn aanvalt die zich vervolgens verdedigt kan die laatste daarvoor veroordeeld worden en gaat de kolonist meestal vrijuit. Baruch Goldstein richtte in februari 1994 een bloedbad aan onder biddende Palestijnen in de al Ibrahimi moskee in Hebron (29 doden). Hij werd vervolgens zelf gedood door enkele aanwezigen. Ze zitten nu een levenslange gevangenisstraf uit. Voor Baruch Goldstein is er een monument opgericht in Kiryat Arba, een kolonie in Hebron. Welkom in de ‘democratie’ Israël.

Jenin

De kleine stad helemaal in het noorden van de Westelijke Jordaanoever herbergt een van de interessantste en beruchtste jeugdtheatergroepen in de Palestijnse gebieden. Het zag het daglicht bij het begin van de eerste intifada in 1987 om kunst en theater in te zetten tegen de chronische angsten en trauma’s waarmee kinderen en jongeren te maken kregen in het vluchtelingenkamp. Het initiatief kwam van Arna Mer Khamis, een activiste en lid van de communistische partij in Israël, getrouwd met een Palestijn. Toen heette het nog ‘Stone Theater’, een verwijzing naar de jonge Palestijnen die zich met stenen verzetten tegen een zwaar bewapend Israëlisch bezettingsleger. Tijdens de Tweede Intifada kreeg het kamp het zwaar te verduren. Veel jongeren van ‘Stone Theater’ hadden in het kamp de wapens opgenomen. Het Israëlische leger trad zeer gewelddadig op. Na dagenlang het kamp onder vuur te hebben genomen werd het met tanks en bulldozers grotendeels verwoest. Verschillende jongeren van het theater verloren het leven (zie daarover de film – 2004 – Arna’s children: https://vimeo.com/groups/331203/videos/203109035).

“We kunnen de Israëlische bezetter niet te lijf gaan als de gemeenschap niet weet wat de betekenis is van cultureel verzet. Verzet komt niet alleen uit de loop van een geweer. Er zijn veel vormen van verzet.”

Na de Intifada bliezen Juliano Mer Khamis, de zoon van Arna samen met Zakaria Zubeida, een kind van ‘Stone Theater’ en leider van de Al Aqsa Brigades in 2005 het theater nieuw leven in. Ditmaal onder de naam ‘Freedom Theater’. Zubeida nam afstand van de gewapende strijd en verving die door cultureel verzet. Dat jongeren cultuur gebruiken als een wapen, vormt een groot probleem voor de Israëlische bezetter, zo vertelt Ahmed Tubasi, die momenteel de artistieke leiding in handen heeft. Jongeren krijgen een identiteit, worden bewust gemaakt en vertellen hun verhaal aan de wereld. Het maakt dat het theater geregeld het doelwit vormt van de bezettingsmacht. Het gevecht voor vrijheid gaat niet alleen over de Israëlische bezetting, maar is ook een strijd binnen een soms conservatieve gemeenschap waar jongeren moeten vechten voor hun identiteit, ook hun seksuele. Dat jongens en meisjes samen dansen, elkaar aanraken en theater maken werd niet door iedereen in dank afgenomen. Juliano werd in februari 2011 op de terugweg van Haifa vermoord. De dader is nooit gevat. Het was een groot trauma voor de mensen van het theater, zegt Ahmed. Het bleek gevaarlijk om kritisch en modern theater te brengen. Uiteindelijk werd beslist om verder te doen en te zeggen: we blijven hier, we zorgen voor een plaats waar jongeren tussen de theatermuren zich vrij kunnen voelen, maar ook kunnen verzetten, tegen de Israëlische bezetter, tegen de bezetting van een corrupte Palestijnse autoriteit, tegen leerkrachten en hun vooroordelen. Voor ons gaat vrijheid veel verder dan de bevrijding van Palestina. Het gaat ook over de individuele vrijheid, aldus Ahmed. “We kunnen de Israëlische bezetter niet te lijf gaan als de gemeenschap niet weet wat de betekenis is van cultureel verzet. Verzet komt niet alleen uit de loop van een geweer. Er zijn veel vormen van verzet.”

De jongeren van de groep hadden een schitterende dag. Samen met Palestijnse jongeren namen ze deel aan workshops van Tubasi (zie foto's). Zijn collega Zakaria Zubeida, de medeoprichter van het theater is in februari van dit jaar gearresteerd. Hij zit nog altijd achter de Israëlische tralies. Het bewijst dat het Freedom Theater, dat ondertussen wereldvermaard is en over heel de wereld heeft getoerd, een gevaar betekent voor de Israëlische kolonisatiepolitiek.

Qalqilya, slot

Tien dagen door de Palestijnse bezette gebieden met een groep jongeren van enkele jeugdtheaters. Het was een heel interessante, emotionele en bij wijlen confronterende ervaring. Als afsluiter lieten ze een boodschap na op de muur die nagenoeg heel de stad Qalqilya omsingelt. Israëlische kolonisten hebben er heel wat grond en waterbronnen ingepalmd. We spraken met een gezin die er een cafetaria had waar ooit een belangrijke verkeersader was. De muur maakte daar een eind aan. Nu proberen ze aan de bak te komen met een klein lapje grond waarop ze tuinieren. Twee zoons zitten een gevangenisstraf van 20 jaar uit. Twee andere familieleden zijn gedood. De moeder heeft kanker en krijgt geen toelating om zich buiten de stad te laten verzorgen in een gespecialiseerde instelling. Verhalen zoals elke Palestijn ze wel kent.

Bron en foto's: https://vrede.be/nieuws/tien-dagen-met-jongeren-de-palestijnse-gebieden