caravane-des-femmes-visuel-site-web-1264-768x349

                                 Meer info...

MF2018 aff A2 FR HR-page-001

MF2018 aff A2 NL HR-page-001

2018-10-27---Noche-Cubana-Vrienden-van-Cuba

Logo Coord Blokkade kl

                                    Meer Info

Affiche C50

TTIP CETA

Meer info

flyer voorkant

Meer info

Delen van artikels

Een open brief aan Bea Cantillon
Guido Deckers
pensioenbetoging-2-dieter-boone
Beeld gemaakt door Dieter Boone


Geachte mevrouw Cantillon,

 

U schreef samen met Erik Schokkaert een artikel in de Gids van de maand mei, het opinieblad van de christelijke arbeidsbeweging, over de hervorming van het pensioensysteem. Samen met uw medeauteur verdedigde u vurig het puntensysteem. Dat is natuurlijk uw goed recht. Maar ik wil u met evenveel vuur uitleggen waarom ik niet gewonnen ben voor het pensioen met punten.

 

U hebt deelgenomen aan de Commissie Pensioenhervorming die het puntensysteem ontwikkelde. De opdracht van deze Commissie was: een pensioenhervorming op stapel zetten die de budgettaire kost van de pensioenen in de toekomst afremt. Want, we horen al vele jaren, als we niets doen zal de pensioenkost door het stijgend aantal gepensioneerden de pan uit rijzen. Hierop wil ik eerst antwoorden om daarna verder in te gaan op het puntensysteem.

 

Pensioenen in de toekomst niet meer betaalbaar?

 

Stel dat we geen pensioenmaatregelen zouden nemen, dan zouden de pensioenuitgaven tegen 2060 stijgen met 4 procent van het bbp. De grote meerderheid van politici en academici beweert dat deze stijging onbetaalbaar is;

 

Als we de stijging van 4 procent berekenen in euro's en het bbp van vandaag, dan spreken we over plus 17,5 miljard euro in 2060. Dat is een heel klein beetje meer dan het vermogen van Alexandre Van Damme, de rijkste Belg. Is dit onbetaalbaar? Neen! Want er zijn niet alleen de pensioenuitgaven, er zijn ook de inkomsten die moeten zorgen dat de pensioenen betaalbaar blijven. En uitgerekend daar zit het probleem. Werkgevers krijgen al decennialang loonsubsidies en bijdrageverminderingen aan de sociale zekerheid. In totaal lopen deze al op tot 16 miljard euro per jaar. Dat is bijna het bedrag dat nodig is om de vergrijzing te betalen tot 2060, zonder afbraak van pensioenrechten. Deze vrijstellingen en subsidies deelde men uit om volwaardige jobs te creëren. In de praktijk zien we weinig van dat 'volwaardig'. Ik kom daar verder op terug.

 

Maar hier stopt het niet. De regering-Michel voerde een verlaging van de bedrijfswinstbelasting in met het behoud van een aantal aftrekposten. De kostprijs van deze operatie op volle kruissnelheid zal de staatsbegroting 5 miljard euro kosten.

 

Reken daarbij het ontbreken van een vermogensbelasting. In een voorzichtige raming stelt Paul De Grauwe dat een progressieve vermogensbelasting, die slechts zou ingaan voor het aandeel van het vermogen boven de 1 miljoen euro, op basis van de geschatte vermogens in 2014, jaarlijks ongeveer 11 miljard euro zou opbrengen. Zo'n vermogensbelasting is broodnodig, omdat het vermogen in België zeer ongelijk is verdeeld. De 10 procent rijkste gezinnen bezitten 44 procent van het totale vermogen. Twee derde van de gezinnen bezit minder dan het gemiddelde.

 

Waarom mevrouw Cantillon, neemt u deze belangrijke gegevens niet mee op in uw betoog? Waarom hebt u zich met de Pensioencommissie laten begrenzen door een financieel keurslijf, opgelegd door de regering? Waarom hebt u de kans laten liggen om te pleiten voor een échte herverdeling van de welvaart? Dat begrijp ik niet.

 

Dan is er nog de jaarlijkse groei van de rijkdom uitgedrukt in het bbp. Na een dipje in 2009 zit deze opnieuw in de lift. Sinds 2010 zijn we met zijn allen bijna 74 miljard euro rijker geworden.

 

Middelen zijn er dus genoeg, alleen kiest de regering ervoor om die niet te besteden aan het wettelijk pensioen.

 

Moet een bankencrisis onze pensioenen doen dalen?

 

Met het puntensysteem dat u verdedigt, vervalt het recht op een vastgesteld pensioenbedrag. In de plaats ervan krijg je punten. Per gewerkt jaar ontvang je één punt als je evenveel verdient als het gemiddelde loon. Iemand wiens arbeidsinkomen twee keer het gemiddelde bedraagt, krijgt dan in principe twee punten. Men kan ook punten verwerven tijdens periodes van inactiviteit. Een gelijkstelling moet mogelijk zijn voor perioden van onvrijwillige werkloosheid of ziekte. Men kan zelfs verder gaan en ook pensioenpunten toekennen aan zij die tijdelijk een stap terug hebben gezet om zorg te dragen voor kinderen en verwanten. Allemaal goed en wel, maar u blijft wel erg vaag over het aantal punten die moeten toegekend worden aan perioden van inactiviteit.

 

De omzetting van punten in euro's gebeurt op het moment van pensionering. Hier wordt eerst een correctie ingevoerd in functie van de leeftijd waarop het pensioen wordt aangevraagd. Die leeftijd wordt afgetoetst aan de 'referentieloopbaan' die kan variëren in functie van de evolutie van de levensverwachting. Een onvolledige loopbaan en/of een vroegtijdige pensionering zorgen dus voor een neerwaartse correctie. Een tweede correctie op het moment van pensionering wordt ingevoerd door de waarde van het punt te koppelen aan de gemiddelde levensstandaard van de bevolking. Hieronder wordt verstaan: het niveau van welvaart waarop de mensen op economisch, sociaal en cultureel vlak leven.

 

Ik vat nog even samen. Het puntensysteem breekt de band tussen loon en pensioen. Het maakt de hoogte van het pensioen afhankelijk van factoren die niets meer met het eerdere loon te maken hebben: het loon van andere werknemers, de levensstandaard en gemiddelde levensverwachting.

 

Om mijn kritiek op het puntensysteem te onderbouwen, ga ik verder in op deze drie factoren.

Pensioenpunten laten afhangen van het gemiddelde loon in een economische realiteit die drijft op winstmaximalisatie, is een zeer gevaarlijke denkpiste. Werkgevers zullen er altijd voor pleiten de loonkosten te drukken om zoveel mogelijk winst uit de productie te halen. Al decennialang zien we dat ook gebeuren. Met wetten die de lonen blokkeren en met indexsprongen. Met loonvormen waarop geen of weinig belastingen en sociale bijdragen worden betaald en waarmee men dus geen pensioenrechten kan opbouwen: onkostenvergoedingen, bedrijfswagens, aanvullende pensioenen, gsm's, laptops, maaltijdcheques.... Met de afbraak van volwaardige jobs. Ondanks dat de werkgevers bijdrageverminderingen aan de sociale zekerheid en loonsubsidies krijgen, scheppen ze hiermee geen volwaardige tewerkstelling. In de plaats ervan komen er hoe langer hoe meer laagbetaalde interim- en tijdelijke jobs.

 

Samengevat: loonblokkering, indexsprongen, loonvormen waarop geen of weinig belastingen en sociale bijdragen worden betaald en laagbetaalde jobs doen het gemiddelde loon dalen, met als gevolg een lagere waarde van het pensioenpunt.

 

Ik lees ook dat in het puntensysteem de waarde van het punt wordt gekoppeld aan de gemiddelde levensstandaard van de bevolking op het moment van pensionering. Met andere woorden, als het economisch slecht gaat, daalt de waarde van het pensioenpunt en zo ook het pensioen in euro's. Nemen we bijvoorbeeld de bankencrisis die we hebben gekend in 2008. Ze werd veroorzaakt door gulzige bankiers en speculanten. Het is toch niet normaal dat de toekomstige gepensioneerden hiervan de dupe zouden zijn?

 

Jongeren straffen omdat ze langer zullen leven

 

Moeten we jongeren straffen omdat ze langer zullen leven? Ik citeer letterlijk uit het artikel: 'De zekerheid die geboden wordt aan de jongeren is dus een voorwaardelijke zekerheid: ze krijgen een pensioen dat in verhouding staat tot het gemiddelde inkomen op voorwaarde dat ze bereid zijn langer te werken wanneer de levensverwachting stijgt. Zoals gezegd is dit niet onlogisch, vermits zij ook degenen zijn die van die langere levensverwachting genieten.' De prognoses van het Planbureau gaan ervan uit dat de levensverwachting van vrouwen tegen 2060 ongeveer 5 jaar hoger zal liggen dan in 2016 en voor mannen zou de toename zelfs 7 jaar kunnen bedragen. Dus ja, het puntensysteem geeft zekerheid dat we allemaal langer gaan werken. Vindt u dat verantwoord terwijl onderzoek uitwijst dat de gemiddelde levensverwachting in goede gezondheid 64 jaar bedraagt? Ik kom dagelijks werkende mensen tegen die me zeggen: "Onmogelijk dat ik dit werk aan dit tempo volhoud tot ik 67 jaar ben"

 

Tot slot nog een bedenking over de koppeling van het puntensysteem met de zware beroepen. Ik citeer wat u hierover schrijft: 'De toewijzing daarvan kan dan gebeuren door de sociale partners, maar die moeten hun beslissingen wel nemen binnen een vastliggend puntenbudget. Hoe meer zware beroepen er zijn, hoe minder genereus men voor de zwaarte van het beroep zal kunnen compenseren.' Ga dat maar eens uitleggen aan de bouwvakker. Die leest ook in de krant dat er wel geld is voor gevechtsvliegtuigen en voor netto maandlonen van meer dan 10.000 euro aan ministers, maar dat hij niet gewaardeerd wordt voor het bouwen van huizen die zorgen dat bijvoorbeeld alle academici in de winter lekker warm binnen op hun bureau kunnen werken.

 

Tenslotte moet er nog iets van mijn hart. U schrijft in het begin van het artikel dat het nodig is om een reeks van hele fouten en halve leugens die de ronde doen te corrigeren. Het gaat hier niet over leugens, maar over een andere en bredere visie op de realiteit. Denk hierbij maar aan de 70.000 manifestanten die tegen het puntensysteem hebben gemanifesteerd en daarbij, net als ik, argumenten gebruiken die aantonen dat de pensioenen best betaalbaar blijven en dat het puntensysteem een loterij is. Mensen die een andere visie hebben, beschuldigen van leugens past niet bij u, u die zo fantastisch onderzoekswerk verricht over armoede en sociale zekerheid.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Guido Deckers

 

 

Bron: http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2018/05/30/beste-bea-cantillon-moeten-we-jongeren-dan-straffen-omdat-ze-langer-zullen-leven