Koopkrachtplakkaat

EnergieplakkaatC

173646265 10222054268599783 1356797931624160070 n

Delen van artikels

1 juni 2021

Wat het Energiecharterverdrag inhoudt hebben we op deze site al uitvoerig besproken 1. Het is een internationaal verdrag waarmee overheden zichzelf de das hebben omgedaan, waardoor energiebedrijven enorme ‘schadevergoedingen’ kunnen eisen van staten als het beleid hun winstverwachtingen doorkruist; het is een ISDS-clausule specifiek voor de energiesector. Nu de strijd tegen de klimaatverandering en voor de transitie naar hernieuwbare energiebronnen de afbouw vereist van centrales op basis van fossiele en nucleaire brandstof, blijkt zonneklaar hoe onverantwoord onze politieke leiders wel zijn om nog in 1994 een dergelijk verdrag goed te keuren.

Hoe pervers het verdrag is blijkt bv. uit het feit dat Italië er zich uit terugtrok, maar daarna toch nog 20 jaar onderworpen blijft aan de bepalingen van het verdrag, een gelegenheid die het Britse Rockhopper niet onbenut liet. Er wordt nu gesproken over een herziening van het monsterverdrag, maar de Europese Commissie die in naam van de lidstaten de onderhandelingen voert, is niet de meest gemotiveerde partij om grote bedrijven teleur te stellen, Europese Green Deal of niet.

Na vier mislukte onderhandelingsrondes, en met een vijfde ronde die deze week van start gaat en niets goeds belooft, is het tijd voor de EU en haar lidstaten om uit het Verdrag te stappen, betoogt een groep van 71 europarlementariërs, voornamelijk van de fracties van Links, de Groenen en de Socialisten & Democraten (S&D).

Hun pleidooi verscheen vandaag bij Euractiv; we brengen er de Nederlandse vertaling van.

Verklaring van 71 europarlementsleden

Van 2 tot en met 5 maart 2021 vond de vierde onderhandelingsronde over de modernisering van het Energiecharterverdrag plaats. Deze bijeenkomst had een doorbraak moeten betekenen, na een jaar van onderhandelingen die er tot nu toe niet in geslaagd zijn concrete stappen voor te stellen om het verdrag in overeenstemming te brengen met het Akkoord van Parijs en de Europese Green Deal.

De urgentie hiervan wordt met de dag duidelijker. Eerder dit jaar zagen we hoe energiebedrijven RWE en Uniper gebruik maakten van de mogelijkheid om een particuliere rechtbank in te schakelen om landen aan te klagen onder het ISDS-systeem van het Energiecharterverdrag; dit gebeurde o.a. tegen de Nederlandse regering vanwege haar besluit om kolengestookte elektriciteitscentrales tegen 2030 uit te faseren.

RWE eist een schadevergoeding van 1,4 miljard euro, en Uniper 1 miljard euro, die door de Nederlandse belastingbetaler moet worden betaald. Dit geld kan efficiënter worden gebruikt, bijvoorbeeld om 3 miljoen zonnepanelen in Nederland te financieren.

We hebben ook gezien dat de Duitse regering een deal heeft gesloten met Vattenfall en andere energiebedrijven, naar aanleiding van een andere ISDS-claim op basis van het Energiecharterverdrag en civiele rechtszaken. Duitsland zegde toe ongeveer 2,5 miljard euro schadevergoeding te betalen, de energiebedrijven stemden er in ruil voor in alle hangende ISDS-arbitrageprocedures en rechtszaken in te trekken.

De noodzaak om het verdrag te hervormen is duidelijk geworden voor de Europese beleidsmakers. In oktober 2020 stemden de leden van het Europees Parlement voor het beëindigen van de bescherming van investeringen in fossiele brandstoffen in de EU.

Ondertussen heeft de Commissie een voorstel ingediend voor de definitie van economische activiteiten die door een nieuw verdrag zouden worden beschermd, alsook voor een geleidelijke afschaffing van de bescherming van investeringen in fossiele brandstoffen, te beginnen met kolen en olie.

Het voorstel van de Commissie schiet echter tekort om het verdrag in overeenstemming te brengen met de Klimaatovereenkomst van Parijs. In de eerste plaats wordt voorgesteld de bescherming voor investeringen die zijn gedaan voordat het nieuwe Energiecharterverdrag in werking trad, nog eens tien jaar voort te zetten.

Het voorstel van de Commissie houdt in dat bedrijven als RWE en Vattenfall nog tien jaar lang regeringen kunnen aanklagen als hun beslissingen in strijd zijn met de plannen van het bedrijfsleven. Dit is onaanvaardbaar aangezien de komende tien jaar voor de regeringen van cruciaal belang zullen zijn om de energietransitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen tot stand te brengen.

Hoewel het EU-voorstel nog steeds suggereert dat nieuwe investeringen in fossiele brandstoffen niet langer door het Energiecharterverdrag worden beschermd nadat een nieuw verdrag in werking is getreden, zijn er nog veel meer mazen in de wet. Elektriciteitscentrales die minder dan 380 gram CO2 van fossiele brandstof per kWh uitstoten, worden beschermd tot 2030 en mogelijk zelfs tot 2040 als zij bestaande kolencentrales vervangen. Gaspijpleidingen kunnen mogelijk tot 2040 worden beschermd als zij ook duurzame hernieuwbare en koolstofarme gassen vervoeren, waaronder waterstof. Hierdoor dreigt een afhankelijkheid (lock-in) in gasinfrastructuur te ontstaan, zonder garantie om fossiel gas expliciet en definitief uit te faseren.

Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat veel niet-EU-leden van het Energiecharterverdrag de EU-voorstellen verder zullen willen afzwakken, terwijl de meeste leden van het verdrag het helemaal niet zouden aanvaarden. Dat laatste is het meest waarschijnlijk omdat de partijen van het verdrag, waaronder veel olie- en gasproducerende landen, unaniem moeten instemmen.

Maar terug naar de vierde onderhandelingsronde. Volgens een kort verslag van het secretariaat van het Energiecharterverdrag werden “met betrekking tot het onderwerp van de definitie van economische activiteit in de energiesector” voor het eerst besprekingen op tekstbasis gehouden. De moderniseringsgroep heeft besloten de besprekingen over dit onderwerp vóór de volgende ronde te intensiveren”.

Dit is diplomatieke taal voor een totaal gebrek aan resultaten.

De onderhandelingen over het Energiecharterverdrag verlopen veel te traag en bieden geen hoop op succes. De klimaatproblemen zijn te urgent om de fossiele-brandstofbedrijven nog een decennium of twee regeringen te laten uitdagen.

Als men zich ook realiseert dat het ISDS-model in het Energiecharterverdrag hoogstwaarschijnlijk onverenigbaar is met het EU-recht en dat wijziging van dit model geen deel uitmaakt van de onderhandelingen, dan wordt het duidelijk dat er voor de EU en haar lidstaten maar één optie is: het Energiecharterverdrag verlaten.

Frankrijk en Spanje hebben de Commissie onlangs verzocht te beginnen met de voorbereiding van een scenario om eruit te stappen. In november 2020 hebben 280 parlementsleden de Europese Commissie en de EU-lidstaten opgeroepen om “wegen te verkennen om gezamenlijk uit te treden”. In maart 2021 hebben meer dan een miljoen burgers de regeringen gevraagd zich uit het Energiecharterverdrag terug te trekken.

Na vier mislukte onderhandelingsrondes, en met een vijfde ronde die deze week begint en niet veel goeds belooft, denken wij dat de tijd is gekomen dat de EU en haar lidstaten naar hen luisteren en besluiten uit het verdrag te stappen, en dat zij juridische oplossingen moeten onderzoeken om te voorkomen dat bedrijven regeringen kunnen aanklagen nadat zij uit het verdrag zijn gestapt.

AUTEURS:

  • Maria ARENA, S&D, België
  • Anna CAVAZZINI, Greens/EFA, Duitsland
  • Aurore LALUCQ, S&D, Frankrijk
  • Pascal DURAND, Renew, Frankrijk
  • Manon AUBRY, The Left, Frankrijk

Bron: https://www.andereuropa.org/de-eu-moet-uit-het-energiecharterverdrag/