Koopkrachtplakkaat

EnergieplakkaatC

173646265 10222054268599783 1356797931624160070 n

Delen van artikels

 

‘In volle oorlogstijd bouwt Oekraïne naarstig aan vrede’

Kai Brand-Jacobsen (Patrir) over de bouwstenen voor een nieuw Oekraïne

‘Er zijn geen pacifisten meer in Oekraïne’, kopte MO* onlangs nog. Toch wordt ook in volle oorlogstijd volop getimmerd aan de vrede. Het Roemeense Vredesinstituut Patrir neemt daarin het voortouw. ‘Vredesopbouw is meer dan vredesactivisme’, pleit directeur Kai Brand-Jacobsen.

‘In Oekraïne gebruiken ze het woord vredesopbouw niet meer, ze spreken over sociaal herstel.’ Het is een binnenkomer van formaat. Oekraïense organisaties die werken aan vredesopbouw hebben hun focus verlegd naar het herstel van het sociale weefsel van de eigen samenleving. Naar de versterking van de veerkracht ook. En naar gerechtigheid.

Voor de grootscheepse Russische invasie beschikte Oekraïne niet over de ervaring en kennis van vredesopbouw als pakweg Nepal, Colombia of Noord-Ierland. ‘Maar sinds de oorlog ontstond een enorm scala aan organisaties die werken aan bemiddeling en dialoog, vredeseducatie in het onderwijs, traumaverwerking, geweldloos verzet, noem maar op’, zegt Kai Brand-Jacobsen, directeur van het Roemeense Vredesinstituut Patrir.

Jacobsen benadrukt dat hij niet namens Oekraïners kan spreken. Maar hij kan dat wel vanuit zijn 28 jaar lange ervaring in vredesopbouw in conflicten over de hele wereld. Patrir is sinds dag één van de Russische invasie aan de slag in Oekraïne. Medewerkers van het instituut wonnen gerenommeerde internationale vredesprijzen.

Wie is Kai Brand-Jacobsen?

  • Internationale conflictbemiddelaaren adviseur strategische planning van vredesopbouw in conflictsituaties. Zijn Department of Peace Operations werkte voor VN-agentschappen, VN-vredesmachten in Libanon en Liberia, nationale en internationale organisaties en overheden, diplomaten, NGO’s en militairen, inclusief voor partijen bij lopende conflicten (onder andere Noord-Ierland, Soedan, Cyprus, Nepal, Irak, Palestina en Israël, Afghanistan, India, Pakistan, Sri Lanka, Cambodja, Indonesië, Rusland, Colombia, Somalië)
  • Trainerin conflictbemiddeling, vredesopbouw, verzoening, dialoog, conflictanalyse en conflictpreventie bij het International Peace and Development Training Centre (IPDTC). Trainingen voor onder andere het Roemeense ministerie van Buitenlandse Zaken, de Britse ambassade in Moldavië, het Spaanse Ministerie van Defensie, de Nationale Verzoeningscommissie van Thailand, de Nationale Mensenrechtencommissie van Birma.
  • Docent en directeur van onderzoeksprogramma’saan universiteiten in Europa, Noord-Amerika, Latijns-Amerika en Azië. Lid van de Raad van Bestuur van het Journal of Peace and Development (JPD), redacteur van Oxford International Encyclopedia of Peace.
  • Directeurvan het Roemeense Vredesinstituut (Patrir) sinds 2001

Vredesopbouw in Oekraïne

De humanitaire noden slorpten lange tijd alle energie op, ook bij Patrir. ‘Zelfs het kersverse bureau voor vredesopbouw van de Oekraïense regering schakelde, zodra de oorlog begon, over op humanitaire noodhulp’, zegt Jacobsen. Vorig jaar vergezelde MO* Jacobsen en zijn collega’s op een van hun tientallen humanitaire missies naar Oekraïne. Sindsdien schakelde Patrir terug naar zijn kerntaak: vredesopbouw.

We spreken Jacobsen opnieuw in zijn hoofdkwartier in Cluj-Napoca, een Roemeense stad op 180 kilometer van de Oekraïense grens.

Meer dan welke organisatie ook heeft Patrir vredesopbouw in Oekraïne op de agenda gezet, ondersteund en uitgebouwd. Die inspanningen culmineerden in mei 2023 in de eerste Kyiv Conference, een bijeenkomst van Oekraïense en internationale organisaties, VN-instellingen en regeringen. Doel was om de noden van sociaal herstel en langetermijnvredesopbouw in Oekraïne te identificeren. De tweede conferentie is gepland in november.

Het kostte Oekraïense vredeswerkers heel wat tijd en energie om te komen tot waar ze nu staan, legt Jacobsen uit. Ze reageerden immers net zoals iedereen op de Russische invasie van hun land.

‘Wat in Oekraïne gebeurde, de totale mobilisatie van zo’n groot deel van de samenleving, had ik nooit eerder gezien.’

‘Sinds 25 februari 2022 (een dag na het uitbreken van de oorlog, red.) hebben we tal van Oekraïners uit de brede gemeenschap van vredesopbouw ontmoet. Sommigen vluchtten, anderen raakten betrokken bij humanitaire noodhulp binnen en buiten Oekraïne. Maar evengoed ging de directeur van een van de bekendste vredesorganisaties in Oekraïne vechten aan het front.’

Anderen ondersteunden verschillende vormen van spontaan geweldloos verzet in de bezette gebieden. In het begin waren er vele geweldloze acties van Oekraïners die wilden tonen dat ze de Russische invasie, bezetting en annexatie niet accepteerden. Patrir analyseerde en bundelde de verschillende vormen van geweldloosheid.

Als we over vredesopbouw spreken, bedoelen we op dit moment niet vredesonderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne. Die lijken veraf. We hebben het eerder over de Oekraïense inspanningen om hun eigen samenleving, in volle oorlogstijd, weer op te bouwen.

Kai Brand-Jacobsen: Wat in Oekraïne gebeurde, de totale mobilisatie van zo’n groot deel van de samenleving, had ik nooit eerder gezien. Van gewone mensen die naar het front gaan om te vechten, tot de buitengewone humanitaire reactie van de hele samenleving. Mensen uit alle lagen van de bevolking. Dat toont aan hoe levendig het maatschappelijke middenveld in Oekraïne is.

Vredesopbouw in West-Europa

Tegelijk groeide ook het militarisme in Oekraïne. Waar eindigt zelfverdediging en begint agressief militarisme? Het is een vraag waar West-Europese vredesorganisaties zich het hoofd over breken.

Kai Brand-Jacobsen: Ze hebben gelijk dat de focus op dit moment vooral ligt op de militaire strijd en op de economische sancties. Maar vredesopbouw is meer dan vredesactivisme, net zoals chirurgie verder gaat dan oproepen tot een goede gezondheid.

Vanuit West-Europees of Noord-Amerikaans oogpunt zou je kunnen oproepen om ‘de oorlog te stoppen’. Die maakt immers honderdduizenden slachtoffers en kost miljarden. Maar zulke oproepen tot ‘vrede’ lijken alleen gericht aan het adres van Oekraïne. Het klinkt als de agressor belonen, de invasie en de annexaties aanvaarden zonder het Oekraïense trauma en de Russische oorlogsmisdaden aan te pakken.

Oproepen tot vrede louter opgevat als een bevriezing van de huidige oorlog, het doet denken aan de Hongaarse regeringspropaganda. Die zou je eerder brengen onder de noemer ‘oorlog’ dan onder ‘vrede’.

Kai Brand-Jacobsen: Vredesopbouw betekent niets als er geen empathie en rechtvaardigheid bij komen kijken. Er bestaat geen definitie van vrede op basis van geweld.

‘Trauma is geweld, dus slachtoffers leren omgaan met trauma is vredesopbouw.’

Een staakt-het-vuren zonder volledige terugtrekking van alle Russische troepen, verantwoording voor oorlogsmisdaden en herstelbetalingen voor de vernielingen legt gewoon de basis voor de volgende oorlog. Déze oorlog was immers mogelijk omdat we Poetin niet serieus namen na eerdere agressies. Tsjetsjenië in de jaren ’90. Georgië in 2008. Oekraïne in 2014.

De vredesbeweging zou geloofwaardiger zijn bij Oekraïners als ze haar nationale regeringen, de Europese Unie en de Verenigde Naties zou oproepen om in die richting actie te ondernemen. In plaats van louter lippendienst te bewijzen aan die oproep, in één zinnetje als ‘natuurlijk zijn we tegen de invasie’.

Hoe zou een constructieve rol voor de bredere gemeenschap er kunnen uitzien?

Kai Brand-Jacobsen: Complexe vredesopbouw moet een alomvattend strategisch kader scheppen voor verschillende manieren van verdediging en de-escalatie. Dat begint bij een duidelijk begrip van wat er echt gebeurt op het terrein. Het omvat traumaverwerking, werken met jongeren, dialoog tussen Oekraïners en Russen, conflictbemiddeling in Oekraïne, aanpakken van identiteitsconflicten, geweldloos verzet, geostrategische conflictanalyse.

Traumaverwerking

‘Trauma is geweld, dus slachtoffers leren omgaan met trauma is vredesopbouw’, zegt Jacobsen. ‘Trauma staat voor angst, stress, onzekerheid, depressie, zelfverwijt, eenzaamheid, emotionele uitputting. Nooit eerder kreeg dit werk zoveel aandacht als nu in Oekraïne. Tientallen donoren steunen programma’s. Oekraïne staat model.’

Jacobsen vertelt over het werk van de Peace Engineers, die frontlijnstrijders technieken bijbrengen om posttraumatische stress te beperken. In Oekraïne is er op dit moment een enorme nood aan traumaverwerking. Het gaat immers niet alleen om professionele soldaten, maar om gewone mensen die traumatiserende ervaringen doorstonden en naar het front trokken.

Het Oekraïense Institute for Peace and Common Ground ondersteunt dan weer scholen. ‘Dat zijn ruimtes voor genezing, omdat ze de gemeenschap samenbrengen’, zegt Jacobsen. ‘Als een kind daar een paniekaanval krijgt, moeten leerkrachten weerbaar zijn om het te kunnen helpen. Maar ze zijn vaak zelf getraumatiseerd. Daarom ondersteunen we samen meer dan 500 Oekraïense scholen met trauma-geïnformeerd onderwijs en vredeseducatie.’

Het gaat om ademhalingstechnieken, met kinderen praten over problemen, hen helpen begrijpen hoe ze kunnen omgaan met conflict en geweld.

Dit soort vredeswerk wordt niet alleen gedaan door organisaties in de vredesopbouw of door psychologen.

Kai Brand-Jacobsen: Vredesopbouw gaat ook om de versterking van de samenleving om zélf de noden op te vangen.

‘Jongeren creëren ruimtes voor zelfexpressie, waar ze zélf plaats maken voor herstel en genezing.’

Naast scholen komen ook ziekenhuizen, humanitaire hulporganisaties, sociaal werkers, lokale overheden, jeugdorganisaties, sportclubs en de kunstensector in aanraking met potentieel getraumatiseerde jongeren. Die instellingen moeten allemaal versterkt worden, het moeten ‘trauma-geïnformeerde systemen en instellingen’ worden. Want de meeste jongeren zullen nooit een psycholoog zien.

Zo ondersteunt Patrir de Ukraine Leadership Academy om met tieners te praten over de impact van de oorlog op hun leven, maar ook om te kijken wat hun visie is op de toekomst van Oekraïne.

De jeugd is massaal getroffen door de oorlog, maar reageert ook massaal op de oorlog. Jongeren creëren ruimtes voor zelfexpressie, waar ze zélf plaats maken voor herstel en genezing.

Kunt u een voorbeeld geven?

Kai Brand-Jacobsen: Patrir steunt bijvoorbeeld Urban Camp Lviv. Dat zijn jongeren die bezig zijn met skaten, basketbal, muziek en breaking. Ze hebben voormalige fabrieken omgebouwd tot jeugdcentra. Sommige van die jongeren moesten in 2014, in de eerste fasen van de oorlog, zelf vluchten. Nu gaan ze om met andere jongeren die ontheemd zijn. Het begrip van de noden komt van hen, niet van iemand van buitenaf.

Is zulke ‘hulp’ voldoende professioneel?

Kai Brand-Jacobsen: Ruimtes voor zelfexpressie zijn belangrijker voor traumaverwerking dan je zou denken. Als je geconfronteerd wordt met oorlog, is leven een weigering van de oorlog zelf. Oorlog reduceert je identiteit tot ‘slachtoffer’. Als je de identiteit van een persoon of een samenleving reduceert tot het trauma dat hij meemaakt, versterk je het trauma alleen maar. De creatie van krachtige identiteitsruimtes die niet alleen door het geweld gedefinieerd worden, helpt je om je leven terug te winnen.

Werken met jongeren

Naast traumaverwerking voor jongeren schoten honderden verschillende jongereninitiatieven als paddenstoelen uit de grond. Patrir nodigde ze allemaal uit voor de tweede Kyiv Conference. Ook helpt het instituut hen om een nationaal actieplan op te maken voor resolutie 2250 van de VN-Veiligheidsraad over jeugd, vrede en veiligheid.

Zelf zette Patrir het programma Youth Solidarity op. Dat brengt Europese en Oekraïense jongeren samen. ‘We brachten Oekraïense jongeren naar de EU-instellingen om zelf hun boodschap over te brengen’, zegt Jacobsen.

‘Daarna gingen we met jongeren uit de EU naar Oekraïne. In zwaar getroffen plaatsen zoals Irpin, een voorstad van Kiev, begrepen ze wat het betekent om terug te keren en geplunderde huizen te vinden, uitwerpselen van Russische soldaten op matrassen, familiefoto’s aan diggelen, vernederende boodschappen op muren.’

Dialoog tussen Oekraïners en Russen

De Russische vredesactiviste Svetlana Oetkina pleitte op MO* voor dialoog tussen de Russische oppositie en het Oekraïense maatschappelijke middenveld. Oekraïners en Russen met dezelfde toekomstvisie kunnen samen een kracht worden. Moet vredesopbouw daar vandaag de basis voor leggen?

Kai Brand-Jacobsen: Wij zoeken als Vredesinstituut connecties met de Russische oppositie, om onze inspanningen te bundelen en op die manier verandering in de Russische regering te bewerkstelligen. Vrede is niet mogelijk met dit regime van Poetin. Het heeft niet alleen de bevolking van Oekraïne gebrutaliseerd, het onderdrukt ook de democratische beweging in buurland Belarus en in Rusland zelf. Voor Oekraïners is het nog moeilijk om samen te werken met de Russische oppositie.

Dat betreurt u?

Kai Brand-Jacobsen: Nogmaals, ik kan niet in naam van Oekraïners spreken. Als je van huis en haard verdreven bent, door bommen wordt geteisterd, je geliefden worden gedood, is het moeilijk om een psychologische analyse te maken van je vijand en zelfs contacten te leggen met potentiële bondgenoten.

Maar we weten bijvoorbeeld dat het Russische leger een puinhoop is. Gedwongen rekrutering van veroordeelden, armen en niet-Russische minderheden is schering en inslag.

Als je in een langdurige oorlog echt succesvol wilt zijn, moet je een intelligente benadering van vredesopbouw hanteren: alle mogelijke wegen bewandelen om die soldaten te laten overlopen, om ze zelfs zover te krijgen dat ze de rekruteringen in Rusland saboteren.

In Oekraïne groeien stereotypen en vijandbeelden.

Kai Brand-Jacobsen: De Rus als de personificatie van het kwaad, ja. We mogen niet teruggaan naar dat niveau van de Eerste Wereldoorlog.

‘Verschillende ‘Oekraïnes’ komen met elkaar in conflict. Conflictbemiddeling zal ook in Oekraïne zelf nodig zijn.’

Ook in Europa een Noord-Amerika zie ik te weinig van de intelligente benadering van vredesopbouw. Met propaganda tegen ‘de anderen’ verenig je ze achter de oorlogsmachine van hun eigen systeem. We moeten juist dat kleine percentage van de anderen bereiken dat weigert te schieten. Op die manier haal je de anderen uit elkaar, in plaats van ze te verenigen achter hun leider.

Reiken Oekraïners met ervaring in conflictbemiddeling de hand naar Russische collega’s?

Kai Brand-Jacobsen: Wij proberen dat te faciliteren. Maar deze Oekraïners hebben begrepen dat er nu eerst een grote nood aan conflictbemiddeling is in Oekraïne zelf. Bijvoorbeeld, wanneer hulporganisaties naar door stress en trauma geplaagde gemeenschappen komen, kunnen er problemen ontstaan. In Libanon zijn er bemiddelaars tussen ontheemde Syriërs en gastgemeenschappen. Dit gebeurt nu ook Oekraïne, conflictbemiddeling tussen degenen die steun ontvangen en degenen die steun geven.

Identiteitsconflicten

Conflictbemiddeling in Oekraïne zelf: over wie gaat het dan precies? Jacobsen somt verschillende ‘Oekraïnes’ op die met elkaar in conflict kunnen komen en die conflictbemiddeling kunnen gebruiken. Ze ontwikkelen verschillende identiteiten op basis van verschillende ervaringen.

Het Oekraïne dat sinds 2014 bezet is, en het Oekraïne dat sinds 2023 bezet is. Het Oekraïne dat leeft onder de zwaarste bombardementen, en het Oekraïne dat ‘slechts’ leeft met onzekerheid. Het Oekraïne dat ontheemd is binnen Oekraïne, en het Oekraïne dat vluchtte naar het buitenland. Het Oekraïne dat strijdt aan het front, en het Oekraïne dat dat niet doet.

Deze conflicten kunnen bestaan binnen één en dezelfde persoon. Hier komen traumaverwerking, conflictbemiddeling en wederopbouw samen.

‘Je moet het al zeker niet erger maken’, zegt Jacobsen. ‘Pacifisten weigeren bijvoorbeeld principieel om te dienen in het leger. De Oekraïense staat viseert hen. Ook in de media wordt woede tegen hen opgewekt.’

‘Pacifisten weigeren om te dienen in het leger: de Oekraïense staat viseert hen. Ook in de media wordt woede tegen hen opgewekt.’

‘Of gevluchte Oekraïense vrouwen. Zij zijn meer dan louter partners van mannen die aan het front vechten, of ontvangers van hulp. Ze zijn een levend, ademend persoon met een eigen leven. Onze Oekraïense partnerorganisaties die workshops voor sociaal herstel opzetten, kijken bijvoorbeeld naar de noodzaak om vrouwen te ondersteunen zodat ze zich opnieuw zichzelf kunnen voelen.’

Zo broeden er veel sociale conflicten in Oekraïne. De Oekraïense Mariia Levchenko, Peacebuilding Officer bij Patrir en winnaar van de Luxembourg International Peace Prize in 2023, brengt ze in kaart om een aanpak voor vredesopbouw en ‘conflictgevoelige’ wederopbouw te ontwikkelen. In tijden van oorlog, of tijdens de wederopbouw, kunnen deze slapende sociale conflicten immers wakker worden.

Samen met Oekraïense partners ontwerpt Patrir een programma om sociaal herstel te integreren in de heropbouwplannen van lokale overheden en het maatschappelijk middenveld in Oekraïne. ‘Als je bezig bent met de fysieke wederopbouw van gebouwen, moet je ook kijken naar hoe je het weefsel van de samenleving opnieuw kunt weven’, zegt Jacobsen.

De belangrijkste spanning is misschien wel die tussen het Oekraïne dat Oekraïens spreekt en het Oekraïne dat Russisch spreekt.

Kai Brand-Jacobsen: Oekraïne is een diverse, multiculturele, meertalige samenleving. Een deel van Poetins boodschap is dat Oekraïne een etnonationalistische staat is met neigingen tot fascisme. En dat hij ingreep om de Russischsprekenden en de Russische cultuur te beschermen. Deze argumenten voor de oorlog zijn onjuist. Maar nu heb je in Oekraïne mensen die zeggen dat Russisch de taal van de vijand is.

‘In Europa hebben we de spiraal van geweld en de militaire escalatie onderschat.’

Gebieden met de grootste Russischtalige bevolking in Oekraïne zijn nochtans het zwaarst getroffen door Russische bombardementen. Niet allemaal, maar een groot deel van de ontheemden zijn Russischtalige Oekraïners. Russischtalige Oekraïners vechten aan het front tegen Rusland. Sommigen leren nu liever Oekraïens, anderen houden vast aan hun moedertaal. Als Oekraïner is Russisch de taal waarmee ze opgroeiden, het is hun identiteit.

Maar de ‘met ons of tegen ons’-houding neemt het over, zelfs bij mensen die werken aan vredesopbouw. Deze dynamiek kan problemen veroorzaken voor hun gevoel vertegenwoordigd te zijn als een geaccepteerd deel van hun land.

Het grote geopolitieke theater

Dit alles is het kleine theater. Het grote theater, dat is de oorlog zelf, en de impact ervan op de geostrategische dynamiek in de wereld. ‘In Europa hebben we de spiraal van geweld en de militaire escalatie zwaar onderschat’, zegt Jacobsen.

‘Voor het eerst in de geschiedenis van de EU kochten we als instelling wapens. We hebben een Peace Facility die wapens financiert. Dat is orwelliaans. We kopen de kogels, de uniformen, de uitrusting om legers in andere landen te onderhouden. Als je de geschiedenis van Europese en Amerikaanse militaire ondersteuning van strijdkrachten over de hele wereld volgt, zie je een groot aantal mensenrechtenschendingen.’

Hadden we die wapens niet mogen leveren aan Oekraïne? Hoe rijmt u dat met de nood aan zelfverdediging die u zelf ondersteunt?

Kai Brand-Jacobsen: Ik zeg niet dat we de wapens niet hadden mogen leveren. Ik zeg dat geweld een spiraal is als je er geen vredesopbouw aan koppelt. Mijn stap is een legitieme reactie op jouw stap. Maar zodra ik hem neem, wordt jouw volgende actie een legitieme reactie op mijn stap.

‘We zouden een sterk engagement met China moeten opbouwen om de oorlog in Oekraïne aan te pakken.’

 

We willen geen zware wapens leveren. We leveren zware wapens. We willen geen luchtdoelraketten leveren. We leveren luchtdoelraketten. We willen geen langeafstandswapens leveren. We leveren langeafstandswapens. We willen geen tanks leveren. We leveren tanks. We willen geen straaljagers leveren. We leveren straaljagers. Elke grens die we onszelf oplegden om te vermijden dat de situatie escaleert, ligt in de achteruitkijkspiegel. Geweld brengt geweld voort. En dat is heel gevaarlijk.
 

Voor het nog grotere toneel?

Kai Brand-Jacobsen: Inderdaad. Lees maar eens het briljante Jaarboek 2023 van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI).

Stel je voor dat Poetin nog steeds aan de macht is aan het einde van de oorlog. Of dat Rusland nog steeds de facto controle heeft over delen van Oekraïne. Met een toename van militarisering in Oekraïne, Rusland, heel Europa en Noord-Amerika. Een normalisering van oorlog, een proliferatie van militaire budgetten, grote hoeveelheden van onze collectieve maatschappelijke middelen die worden besteed aan het in stand houden van oorlog.

Dat houdt risico’s in voor andere conflictgebieden. En zo zijn er veel. Het aantal gewapende conflicten in de wereld neemt toe. Na jaren van afname zijn operationeel inzetbare kernkoppen opnieuw toegenomen. In april 2017 dropten we de grootste niet-nucleaire bom in de geschiedenis van de mens. Wie was daarvan op de hoogte?

Het nog grotere toneel is uiteraard de confrontatie tussen China en de Verenigde Staten. Er is een snelle militarisering van Zuid-Azië en de Stille Oceaan aan de gang. De polariserende ‘goed versus kwaad’-retoriek is onrustwekkend. Confronterende blokken wedijveren met elkaar in een periode van wereldwijde uitdagingen die multilaterale samenwerking vereisen. We zouden een sterk engagement met China moeten opbouwen om de oorlog in Oekraïne aan te pakken.

Bron: https://www.mo.be/interview/te-midden-van-oorlog-bouwt-oekra-ne-aan-vrede