de lOxygene pour Cuba

Visual facebook

46E324B018E144D8B7E7637B856696D8

MYM insta

90519931 10221440679026334 122351656779120640 o

image002

ea908743 d60e 421f 9715 698442c97e33

Delen van artikels

Paul Kingsnorth is romanschrijver, dichter, milieuactivist en voormalig redacteur bij het befaamde ‘The Ecologist’.. In “Bekentenissen van een afvallig milieuactivist” bundelt hij een reeks essays, voornamelijk geschreven tussen 2010 en 2016 en gepubliceerd in diverse media, waaronder ‘The Guardian’ en ‘The Dark Mountain’. Dit laatste is een project van schrijvers, kunstenaars en filosofen die een lans breken voor 'ontcivilisering' (https://dark-mountain.net/).

Ineenstorting

Kingsnorth heeft zijn essays ingedeeld onder drie noemers: ineenstorting, terugtrekking en verbondenheid.

Het thema ineenstorting omvat het persoonlijke, maatschappelijke en ecologische domein: het verlies van ijdele ambities (zoals zijn zegje doen op TV), het vernietigen van dorpen wereldwijd voor de bouw van stuwdammen, de inkapseling van de milieubeweging in een verhaal van cijfers en technologische oplossingen en de ineenstorting van de bijenpopulatie (en het bizarre idee hen te vervangen door insectenrobots).

Wat in de jaren '50 een ambitieus en opwindend avontuur was, duikt nu opnieuw op als een wanhoopspoging om de overleving van de mensheid veilig te stellen zonder het technologisch kapitalisme te moeten in vraag stellen: de kolonisering van de ruimte. We lijken de problemen die we veroorzaken te willen oplossen met nog meer van hetzelfde dat de problemen heeft veroorzaakt maar dan nog grootser en ambitieuzer.

Maar misschien is juist die grootschaligheid het probleem. De Oostenrijkse econoom, jurist en politiek wetenschapper Leoppold Kohr (1909-1994) schreef in 1957 ‘The Breakdown of Nations’. Hij betoogde dat maatschappelijke problemen niet worden veroorzaakt door de specifieke samenlevingsvorm maar door de schaal ervan. Zowel socialisme, democratie als kapitalisme kunnen werken indien het maar op de juiste menselijke maat blijft, namelijk wanneer zelfbestuur nog mogelijk is. Maar op het niveau van de moderne staten worden ze allen onvermijdelijk repressief door machtsconcentratie. Grootschalige systemen zijn onbeheersbaar maar men probeert ze toch te beheersen door de schaal verder te vergroten. En zo groeien economieën, bedrijven en staten (de EU!) tot ze het punt van ineenstorting bereiken. En dat punt hebben we nu bereikt volgens Kingsnorth.

Het technologisch optimisme van de ecomodernisten deelt Kingsnorth niet, “nu het klimaat verandert, de zesde massa-uitsterving op stoom is gekomen, de oceaan in ons industrieel afval zwemt en het residu van onze chemische industrie door onze moedermelk en bloedsomloop stroomt.

Ecomodernisten verwijten sommige ecologisten (enigszins terecht volgens Kingsnorth) dat ze romantici zijn die het verleden idealiseren. Maar ze beseffen niet dat ze zelf ook romantici zijn die in plaats van het verleden de toekomst idealiseren.

Dit deel van het boek straalt vooral melancholie en machteloosheid uit. De wereld zoals we die nu kennen gaat de dieperik in en we kunnen er niks meer tegen doen. Al eindigt dit deel toch met een lichtpunt. Biofilie is de “liefde voor de natuurlijke wereld waarvan we deel uit maken”. Er blijft een verlangen, hoe onderdrukt ook, naar de wilde natuur en wie weet breekt dit verlangen weer los om ons te redden.

Terugtrekking

In deel twee – Terugtrekking – staat het hoofdessay van het boek. Daarin vertelt Kingsnorth over zijn liefde voor de wilde natuur vanaf zijn tienerjaren. Hij blikt nostalgisch terug op zijn jongerenstage in het Indonesische regenwoud en de blokkadeactie tegen de aanleg van autosnelwegen in het Engelse South Country. Op de universiteit leerde hij het woord kennen waarin hij zich herkende: ecocentrisme. Niet de mens maar de gehele natuur waar de mens deel van is, staat centraal in zijn denken en beleving. En zo werd hij milieuactivist.

Weg uit de milieubeweging

Maar gaandeweg veranderde de milieubeweging. De actievoerders uit zijn jonge jaren waren net als hem nog ecocentrisch. Maar de groene beweging werd een toevluchtsoord voor gedesillusioneerde socialisten en marxisten. Milieubescherming draaide niet meer rond het ecocentrisme en onze verstoorde relatie met de natuur maar om sociale rechtvaardigheid, het ecosocialisme. Nu is Kingsnorth ook een linkse jongen maar deze ecosocialisten kwamen met ‘het milieu’ (een vaag en leeg concept) en gingen niet over onze band met de concrete natuur.

Tegelijk werd de milieubeweging onderhevig aan de 'nuttigheidscultus': ‘geen zweverig emotioneel gedoe’ meer, maar praktische oplossingen. Deze verandering is verbonden met een ander containerbegrip 'duurzaamheid' waarbij bezorgdheid voor de planeet het antropocentrisme moest maskeren.

Het hele ecologische vraagstuk wordt gereduceerd tot het probleem van de CO2-uitstoot die onze manier van leven bedreigt. Als we die uitstoot met alternatieve energiebronnen tot nul kunnen reduceren kunnen we verder doen zoals gewend. En daarvoor mag de wilde natuur nog wel worden vernietigd. “Snelweg door heuvelland: slecht. Windmolenpark op heuvelland: goed. Containerhaven vernietigt slikken in estuarium: slecht. Hernieuwbare waterkrachtcentrale vernietigt slikken in estuarium: goed. Verwoesting min CO2 is gelijk aan duurzaamheid.

Kingsnorth voelde zich steeds meer geïsoleerd tussen al die ‘milieubeschermers’ die het hadden over “CO2-concentraties van zoveel ppm, peer-reviewed artikelen, duurzame technologieën, hernieuwbare ‘supergrids’, groene groei en de vijftiende conferentie van de betrokken partijen. Er waren campagnes voor 'de planeet' en 'de aarde', maar niets was specifiek: niets wees op een echte, doorvoelde verbondenheid met enige stukje van die aarde.

Dus trok Kingsnorth zich terug uit de milieubeweging.

Weg uit de stad

Ook uit de stad trok Kingsnorth weg. Daarover heeft hij het in een volgend essay. Hij verhuisde met zijn gezin naar het Ierse platteland op zoek naar verbondenheid met een stukje van de aarde. Hij verbouwt er zijn eigen voedsel en composteert er zijn eigen stront. (“Wat gebeurt er met een maatschappij die niets doet met haar eigen shit? Ze belandt er tot over haar nek in.”)

Hij probeert zo weinig mogelijk impact op de natuurlijke omgeving te hebben. Hij wil niet de purist uithangen, deze levenswijze voor anderen verplichten of er een politieke zaak van maken. Er is enkel de innerlijke stem die hem er toe roept. Van sommige vrienden uit de milieubeweging kreeg het verwijt weg te lopen van de strijd om de aarde, de bossen en het klimaat te redden. Hij zelf zag als het inruilen van het activisme voor actie (handelingen) om een klein stukje van de aarde beter te maken.

De vooruitgangsval

Deel twee eindigt met een lang uitgesponnen essay over technologie. Het enthousiasme van de ecomodernisten wordt geplaatst tegenover de technologiekritiek van Theodore 'Unabomber' Kaczynski, Ivan Illich en E.F. Schumacher.

De 'vooruitgangsval' van Robert Wright komt daarbij ook aan bod. Kingsnorth omschrijft die zo: “Elke verbetering in onze kennis of in onze technologie zal nieuwe problemen veroorzaken, die nieuwe verbeteringen vereist. Het gevolg van al deze verbeteringen is dat de samenleving groter en ingewikkelder wordt, de menselijke schaal steeds meer kwijt raakt en vernietigender wordt voor niet-menselijk leven en eerder zal bezwijken onder haar eigen gewicht.

In ‘Pandora’s Seed’ toonde Spencer Wells aan dat de eerste zesduizend jaar na de introductie van de landbouw mensen ongezonder waren dan de jagers-verzamelaars uit de periode 30.000 en 9.000 v.C. Maar waarom waren onze voorouders dan overgeschakeld op landbouw? De jagers waren zo succesvol in de jacht dat ze hun prooien hadden gedecimeerd zodat ze niet langer het groeiend aantal mensen konden vonden. Landbouw bood een uitweg en zo trapten ze in de vooruitgangsval.

En tussen al deze bespiegelingen laat Kingsnorth de lezer kennis maken met de meditatieve kunst van het gras maaien met een zeis.

Verbondenheid

Het derde deel getiteld “Verbondenheid” verkent verschillende vormen van verbondenheid: ecologisch, religieus, cultuurhistorisch en nationaal. Zo wijdt Kiingsnorth een essay aan de crisis van de Engelse identiteit door de regionalisering van Groot-Brittannië (de erkenning van de Noord-Ieren, Schotten en Welshmen als natie maar niet de Engelsen), de geglobaliseerde consumentencultuur van het kapitalisme en de stijgende immigratie.

Eén vorm van verbondenheid ervaart Kingsnorth eerder als gevangenschap: de afhankelijkheid van een technologisch systeem dat zijn eigen dynamiek kent. Hij bekritiseert techno-utopisten Kevin Kelly en Ray Kurzweil die op een religieuze manier het ‘technium’ (het wereldwijd technologisch systeem) en het versmelten van mens en machine bewieroken. Het ‘technium’ is na de biologische evolutie voor Kelly zelfs de volgende stap in de evolutie van de kosmos.

Pantheïsme

Met de traditionele gevestigde godsdiensten of ‘New Age’ kan Kingsnorth niet veel. Van woorden zoals ‘het heilige’ of ‘het sacrale’ kreeg hij als ”atheïstische tiener op wie Richard Dawkins trots zou zijn geweest” een onbehaaglijk gevoel. Toch kende hij spirituele ervaringen in de natuur en in de ‘Grotte de Niaux’ in de Franse Pyreneeën die hij enkel kan omschrijven als een ontmoeting met het heilige. Maar geleidelijk besefte hij dat “datgene wat sommige mensen God, of het heilige of het hogere noemden, misschien iets was wat ik ervoer als een soort kracht, als een vreemde grootsheid, die inherent was aan de vrije natuur om me heen.

Niet dat hij een zoet-romantisch beeld van de natuur heeft. Zowel de schoonheid en de vrede als de angst en wreedheid die eigen zijn aan de wilde natuur wekken “nederigheid, een gevoel van kleinheid, soms een angst, meestal een verlangen om deel uit te maken van iets dat groter is dan ik of mijn soort. Om mezelf te verliezen, om mijn Zelf te verliezen.

Vanuit deze positie gaat Kingsnorth uitvoerig in tegen het denken van Stewart Brand, “de Californische goeroe van de tegencultuur die is veranderd in een promotor van de ecotechnologie (..)” en die via genetische technologie uitgestorven soorten zoals de mammoet weer tot leven wil brengen. Daartegen zijn heel wat ethische, wetenschappelijke en praktische bezwaren te formuleren maar Kingsnorths grootste afkeer van dit idee gaat dieper.

Brands motto luidt “We zijn als goden en daar moeten we goed in worden.” (Meteen is duidelijk waar filosoof Maarten Boudry de mosterd haalde.) Maar Kingsnorth wil geen god zijn maar “een dienaar van god zijn, als we met god de natuur, het leven, de wereld bedoelen. Ik wil klein zijn in de wereld, erbij horen, haar verder helpen, mezelf beschermen tegen haar stormen en proberen er niet zelf één te veroorzaken.”

Het cultiveren van deugden zoals eenvoud en nederigheid is een nuttiger reactie op de ecologische crisis dan de natuur te willen herscheppen naar onze wensen; zoals het vervangen van straatlantaarns door lichtgevende bomen.

Boeddhisme

Kingsnorth leerde ook van het boeddhisme. Een van de belangrijkste leerstellingen van het boeddhisme is dat de werkelijkheid een voortdurende verandering is en dat wat een begin kent ook een einde kent. Wat hij vertaalt als: “De aard van deze planeet is verandering. De aard van deze planeet is dat dingen eindig zijn. De aard van deze planeet is uitsterving.

Momenteel beleven we de zesde uitstervingsgolf (misschien waren er zelfs meer), ditmaal veroorzaakt door de mens zelf. Wanneer Kingsnorth de steeds snellere vernietiging van de natuurlijke schoonheid om zich heen zag, werd hij wanhopig en depressief.

Wat hem er onder meer uit de depressie haalde, was het aanleren van een geologisch in plaats van een antropocentrisch perspectief. De huidige natuur (inclusief de mens) was mogelijk door de eerdere uitstervingsgolven en het is onmogelijk (zelfs als we dat zouden willen) de huidige natuurlijke staat te behouden. De aarde is immers een voortdurend veranderend proces.

Een ander belangrijk inzicht (geen intellectueel weten maar een dieper weten zoals hij het noemt) die het volgen van een boeddhistische retraite hem leerde, is dat de wereld niet hetzelfde is als onze perceptie daarvan. We projecteren op de natuur wat 'natuur' volgens ons zou moeten zijn en hoe wij die moeten behouden. Maar ‘de natuur’ zelf heeft geen besef van die toestand, het is een complex en gigantisch geheel van levende wezens die doen wat ze doen. Wij behoren met onze behoeften en zelfbewustzijn tot dat geheel maar de natuur heeft ons niet nodig en wij zijn de enigen die een denkbeeld 'uitsterven' kennen. Voor de aarde zelf is er geen crisis, het is de volgende verandering. Alles verandert en dat is niet altijd prettig maar wie heeft gezegd dat het prettig zou moeten zijn ?

Tegelijk is er de ervaring van Kingsnorth van een diepe verbondenheid met de verstoorde natuur. Vandaar zijn sterke impuls in actie te komen als er bossen worden gekapt en rivieren vergiftigd. Ecologische rechtvaardigheid is niet zomaar een principe voor hem maar komt van dieper. Maar is ook dat geen projectie, een illusie, een vasthouden tegen verandering die lijden veroorzaakt? De raad die hij kreeg van de boeddhistische leraar aan wie hij deze vraag voorlegde was: “als je je zorgen maakt over het bos, ga dan naar het bos, ga bij het bos zitten – en schenk er aandacht aan. En dan weet je misschien wat je moet doen.”

Wanneer je gaat zitten bij de dingen, er aandacht aan schenkt en de behoeften ervan leert, dan komt er mededogen op. Dit mededogen is niet het antwoord maar het begin van een antwoord. Nergens claimt hij overigens hét antwoord te hebben op de vraag 'Wat nu te doen?'

Epiloog

Als epiloog krijgt u het manifest van ‘Dark Mountain’. Elke beschaving kent haar einde en het einde van deze beschaving is nabij. De mythen waarop deze beschaving zijn gestoeld, de mythe van de voortdurende vooruitgang en de mythe van de scheiding tussen de mens en de natuur, zijn doorprikt.

Niettemin blijven velen deze realiteit ontkennen en benaderen ze de ecologische crisis als een technische storing die we met meer technologie wel zullen fiksen. De mens is een verhalenverteller en we hebben nieuwe, realistische verhalen nodig. Dit manifest roept romanschrijvers om 'ongeciviliseerd te schrijven'. Dat wordt gekarakteriseerd als humaan en anti-humaan tegelijk (dit wil zeggen, dat niet alleen het perspectief van de mens aan bod moet komen), stoïcijns en volkomen natuurlijk. Wat daar precies mee bedoeld wordt blijft me onduidelijk, misschien wordt dat duidelijk door het lezen van de romans van Kingsnorth.

Maar is het dat wat we nu nodig hebben, nieuwe verhalen? In eerste instantie zou ik denken aan nieuwe maatschappelijke en economische systemen die wel de grenzen van onze aarde respecteren. Anderen menen dan weer dat we dringend aan de slag moeten om technologische innovaties te creëren.

Niet het politiek-economische systeem of de technologie vormt het fundamentele probleem maar het daaronder liggend mensbeeld dat ons buiten de natuur heeft geplaatst, zo argumenteert Kingsnorth. Het beeld van de mens als wezen dat de natuur ontstijgt, botst met het (meer realistische) beeld van de mens als onderdeel van de natuur.

De rode draad doorheen deze essays is de zoektocht naar wat het betekent om mens te zijn in het licht van de ecologische crisis. De ecologische crisis is voor Kingsnorth tevens een existentiële crisis. Sterk leunend op zijn intuïtie zoekt Kingsnorth zijn weg en vindt hij een (voorlopig) antwoord in het zich (zover als mogelijk) terugtrekken uit de moderne maatschappij om voor een concreet stukje aarde te zorgen. Hij beseft ook dat dit geen algemeen antwoord is op de ecologische crisis maar het is het enige antwoord dat hij nog heeft.

Soms inspirerend en hoopvol, vaak wanhopig en zwaarmoedig, maar steeds naturalistisch en spiritueel tegelijk, blijft dit boek aan de ribben kleven.

P. Versavel, oudejaar 2019.

Paul Kingsnorth: “Bekentenissen van een afvallig milieuactivist. Een andere kijk op natuurbescherming”, Uitgeverij Atlas Contact, 2019.

PS VIDEO - Bij de VPRO Is een bijzonder boeiende ‘Tegenlicht’ te bekijken over Kingsnorth: https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2018-2019/de-aarde-draait-door.html

Na het uitkijken van deze reportage van Tomas Kaan uit 2018 kijk je gegarandeerd anders tegen een hele hoop dingen aan: van windmolens en zogenaamde ‘duurzaamheid’ tot het stompzinnige van water-toiletten. Maar er is ook het sacrale levensweb waar we altijd al deel van hebben uitgemaakt en waar we terug ‘het grote gesprek’ moeten mee leren voeren … 45 minuten kijkgenoegens gewenst. (jpe)

Deze bespreking verscheen eerderr in het laatste nummer (1822) van het ezine De Groene Belg van het jaar 2019.